WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

1960 - 1969

1960-1969

1960

In Frankrijk startte men met het doorsturen van ECG’s via de telefoon.

1960

In 1960 was de Amerikaanse arts Reba Benschoter de oprichtster en drijvende kracht van het baanbrekende telezorg-programma van het Universitair Medisch Centrum van de University of Nebraska. Vele jaren promootte zij telehealth en aanverwante technologieën, via het door haar geleide departement van biomedische communicatie.

1960

Een in Canada uitgevoerde Telefluoroscopie-sessie uit 1960

1960

De NASA gebruikte voor haar microscopische onderzoeken de televisietechnologie.

1960

Nadat heel wat Amerikaanse astronauten in de ruimte gestorven waren, startte de NASA met Telegeneeskunde. De fysiologische parameters werden zowel vanuit het ruimteschip als vanuit ruimtepakken verzonden. Door de komst van de satellieten versnelden die eerste inspanningen, en daardoor werd de ontwikkeling van de Telegeneeskunde aangezwengeld.

De satellieten werden ook gebruikt om informatie te verzenden en medische hulp te bieden in de Appalachen, de Rocky Mountains en Alaska.

1960

In de Journal of Anesthesiology werd de eerste radio-telemetrie beschreven voor het monitoren van patiënten in de intensive care unit.

1961

Met het ondertekenen van een conventie tussen la Caisse Primaire d’Assurance maladie de Paris en l’AP-HP et Santé Service werd l'Hospitalisation à Domicile (HAD) in Frankrijk officieel.

1961

In de Verenigde Staten startte het Healthcare Information and Management Systems Society (HIMSS), een gezondheidsorganisatie die zich toelegde op het optimale gebruik van informatietechnologie en beheerssystemen voor gezondheid van personen. Met kantoren in Chicago en Washington D.C., vertegenwoordigde HIMMS later meer dan 23.000 individuele leden, waarvan 73% actief waren in de patiëntenzorg. HIMSS omvatte ook 380 maatschappijen en dertig not-for-profit organisaties die de missie voor de hervorming van de gezondheidszorg via het gebruik van IT en beheersystemen deelden.

1963

De Australische arts Alan Walker (1911-2003) van de Sydney's Central Methodist Mission zag de noodzaak in van een crisis-interventiecentrum via telefoon en stichtte 'LifeLine'. Na een jaar voorbereiding en onder het motto "Help is as close as the telephone" werd het LifeLine centre van Sydney op 16 maart 1963 geopend. In de grootste steden wereldwijd groeide LifeLine uit tot een internationale organisatie, die ervoor zorgde dat miljoenen mannen en vrouwen steun en hoop ontvingen in tijden van eenzaamheid, isolatie en nood.

1964



Bell lanceerde een nieuw model van zijn picturephone.

1964

Aan de University of Nebraska startte men met Video communications. Een link met het 180 kilometer verder gelegen Norfolk State Hospital zorgde ervoor dat spraaktherapie vanop afstand mogelijk werd, dat men neurologische onderzoeken kon doen, diagnoses kon stellen van moeilijke psychiatrische gevallen, consultaties en onderzoekseminaries kon houden en opvoeding en training kon geven.

1965

In Frankrijk werd l'Hôpital à Domicile (HAD) voor kinderen opgericht.

1965

Op 4 oktober 1965 startte de Canadese arts Bruce MacDougall (1925-) van de St. Peter's United Church in Sudbury, Ontario een LifeLine service, die uitgroeide tot de Telecare Distress Centres.

1965

In de Verenigde Staten ontwikkelde het Life Science Team van de NASA het geavanceerde meet- en zorgsysteem IMBLMS (Intergrated Medical Behavioral Laboratory Measurement System), het eerste echte systeem voor Telegeneeskunde.

1965

Het eerste unieke voorbeeld van tele-chirurgie werd uitgevoerd door de Amerikaanse cardiovasculair chirurg Michael Ellis DeBakey (1908-2008). Voor de deelnemers aan de World Health Organization meeting in het Zwitserse Geneve voerde hij een open-hart-operatie uit in het Methodist Hospital van Houston, Texas. Het gebeuren werd via de Early Bird sattelliet van Comsat, live doorgestraald naar Zwitserland. DeBakey beschreef tijdens de ingreep de volledige operatietechniek en beantwoordde de vragen die hem in Zwitserland gesteld werden.

1965

In januari 1965 werd het eerste telepsychiatrisch productieprogramma gestart, een kortegolf-verbinding tussen Omaha en het 112 mijl verder gelegen Norfolk State Mental Hospital. Het project werd zes jaar gesubsidieerd door de National Institutes of Mental Health. Tijdens die periode werden meer dan driehonderd uur klinische tele-psychiatriesessies geregistreerd. Het programma overleefde het einde van de subsidieperiode niet, waarschijnlijk vanwege de zeer hoge transmissiekosten tussen Omaha en Norfolk, die jaarlijks 48.000 dollar bedroegen.

1966

Een beeld van een teleconsultatie van de Amerikaanse Psychiater Frank Menolascino (1931-1992), een pionier op het vlak van mentale gezondheidszorg en jaren lang voorzitter van het departement Psychiatrie aan de Creighton University.

1966

Tele-radiologie was in Zweden de meest gebruikte toepassing van Telegeneeskunde. In de meeste gevallen werd ISDN gebruikt. De foto toont hoe Professor Holger Pettersson (1942-2010) van het Lund University Hospital een raadpleging doet. Teleradiologie werd ook voor onderwijs en opleiding gebruikt en Lund had een programma met centra in Mexico, Noorwegen en Singapore.

1966

Tele-pathologie werd in Zweedse ziekenhuizen geëvalueerd. Professor Urologie Christer Busch verrichtte baanbrekend werk aan het Uppsala University Hospital.

1966

Ook de Telegeneeskunde voor neus-keel-oren werd voor het eerst in Zweden uitgevoerd tussen huisartsen en ziekenhuizen. Op de foto ziet men Dokter Jörundur Kristinsson een endoscopisch keelonderzoek uitvoeren bij een patiënt, het digitale beeld werd via ISDN doorgezonden naar het hospitaal van Skövde, waar KNO-arts Ingemar Melen de diagnose stelde.

1966

De ATS-1 satelliet werd door de NASA goedgekeurd voor tele-medisch gebruik, meteen ook de start van heel wat Telegeneeskunde-projecten van de volgende vijftig jaar.

1966

Lancering van het Alaskan Telemedicine Program.

1967

Oprichting van de Massachusetts General Hospital Telemedicine Program. De internationale luchthaven Logan van Boston linkte zijn luchthavenkliniek aan het lokale Massachusetts General Hospital waardoor specialisten meteen pre- en post-tarmac zorgen konden toedienen.

1967

 

De onafhankelijke organisatie International Medical Informatics Association (IMIA) speelde een grote rol in de promotie en de verdere toepassing van informatietechnieken bestemd voor gezondheidszorg, biowetenschappen en geneeskunde. De organisatie werd in 1967 opgericht als technisch comité van de International Federation for Information Processing (IFIP). In 1987 werd het een onafhankelijke organisatie en in 1989 werd ze door de Zwitserse wetgeving bekrachtigd.

1968

Conventionele Telegeneeskunde in het domein van neurofysiologie werd in Zweden voor het eerst in Uppsala en Lund uitgetest.

1968

COmputer STored Ambulatory Record (COSTAR) was een elektronisch medisch dossier dat de MUMPS programmeertaal gebruikte. Het werd door de Amerikaanse artsen G. Octo Barnett (1930-) en Jerome H. Grossman (1940-2008) tussen 1968 en 1971 ontwikkeld in het Laboratory of Computer Science van het Massachusetts General Hospital voor het Harvard Community Health Plan.

1968

Door de significante toename van telefonische en radiofonische consultaties in de gezondheidszorg richtte de Franse arts Louis Lareng (1923-2019), Professor Anaestesie aan de Universiteit van Toulouse en sedert 1966 actief bezig met Telegeneeskunde, de SAMU (Service d´Aide Medical d´Urgence) op en de SMUR (Service Mobile d´Urgence et Réanimation), wat in Frankrijk een belangrijke mijlpaal was in de geschiedenis van de Telegeneeskunde. Deze organisaties deden in het begin niet aan Telegeneeskunde, maar creëerden het framework dat Telegeneeskunde later toeliet.

1968

Het New Hampshire–Vermont Medical Interactive Television Network was het derde Telegeneeskunde programma in de Verenigde Staten. Het was een tweewegs-verbinding tussen het Hitchcock hospitaal van het Dartmout Medical Center in Hanover, New Hampshire en het 38km verder gelegen Claremont General Hospital.

1968

Het Vermont interactive videoconferencing leidde tot het INTERACT netwerk, dat, op zijn hoogtepunt in de jaren zeventig, negen hospitalen in Vermont en New Hampshire met elkaar verbond: het Medical Center Hospital van Vermont in Burlington (nu gekend als Fletcher Allen Health Care), het Central Vermont Hospital in Berlin, het Rockingham Memorial Hospital in Bellows Falls, het White River VA Hospital in White River Junction, de St. Albans Correctional Facility, het Brattleboro Retreat, Claremont Hospital, alle in New Hampshire en het Dartmouth-Hitchcock Medical Center in Hanover, NH.

1968

Eerste internet-transmissie, waarbij de Amerikaanse ingenieur in computerwetenschappen Leonard Kleinrock (1934-) vanuit het Stanford Research Institute het allereerste host-to-host bericht verzond. Hij typte “log in”, maar het systeem crashte na drie letters.

1969

In 1969 begon het Advanced Research Projects Agency (ARPA) van het Amerikaanse ministerie van Defensie (DoD) met haar ARPANET (ARPA Network), het eerste operationele packet switching computernetwerk en de voorloper van internet. De oprichting van het ARPANET had economische redenen: computers waren duur, dus was het voordeliger dat onderzoeksinstituten die meewerkten aan militaire projecten elkaars apparatuur konden delen. De idee kwam van de Poolse Amerikaan Paul Baran (1926-2011) die samen met Donald Davies (1924-2000) en Leonard Kleinrock (1934-) de pakketgeschakelde netwerken ontwikkelde. Het grootste probleem bij de opstart was dat meerdere soorten computers met elkaar moesten verbonden worden. Dit werd opgelost door een minicomputer te installeren als interface message processor (IMP) op iedere netwerklocatie. Men kan deze IMP's als de voorlopers van de huidige routers beschouwen, zij het dat ze de omvang hadden van een koelkast, wat klein was in vergelijking met de toenmalige computers. In 1969 waren vier IMP's actief aan de westkust van de Verenigde Staten: University of California in Los Angeles, University of California in Santa Barbara, Stanfort University en University of Utah. Een jaar later was het aantal gegroeid tot tien en in 1971 vijftien, waarop 23 computers aangesloten waren. Langzaamaan werd het ARPANET verbonden met andere netwerken en werd het op die manier de backbone (ruggengraat) van het ARPA Internet. In de jaren '80 verloor het zijn militaire functie. Omwille van praktische doeleinden had defensie haar eigen netwerk MILNET, dat niet rechtstreeks met het internet verbonden was. ARPANET was oorspronkelijk ontwikkeld voor het aanmelden op een andere computer en het verzenden en ontvangen van bestanden tussen computers. Na de ingebruikname ontwikkelde zich heel vlug een derde toepassing: email. Het ARPANET werd in 1988 definitief buiten gebruik gesteld.

extad/peakflowmeter.be