WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

Geschiedenis van bloedgasanalyse

1902  

image001_19_png.jpg image002_16_png.jpg

De originele methode voor het bepalen van bloedgassen werd ge´ntroduceerd door de Britse fysioloog Joseph Barcroft (1872-1947) en de Schotse fysioloog John Scott Haldane (1860-1936).

1904

image003_21_png.jpg

De Deense fysioloog Christian Bohr (1855-1911) toonde het effect aan van koolstofdioxide op de positie van de oxihemoglobine dissociatiecurve, beter bekend als het 'Bohr effect', waarover hij in 1904 samen met zijn Deense collegaĺs Karl Albert Hasselbalch (1874-1962) en August Krogh (1874-1949) rapporteerde. De ontbinding van oxihemoglobine wordt be´nvloed door de pH, de ionische kracht en de temperatuur van de oplossing.

1905

De verhitte debatten uit de jaren 1870 tussen de twee Deense fysiologen Professor Carl Ludwig (1816-1894) en Christian Bohr (1855-1911) waren voldoende onbeslist om in Kopenhagen tot verdere studies te leiden bij Bohr, een voormalig leerling van Ludwig. Door verbeterde meetmethoden van PO2 in het  bloed te gebruiken, was Bohr ervan overtuigd dat hij een actief pompen van zuurstof had aangetoond.

1906

image004_15_png.jpg

De moderne bloedgasanalyse vond haar oorsprong in het werk van de Duitse chemicus Walther Nernst (1864-1941). Zijn vroege studie over singel-elektrode potentialen leidde tot de moderne elektrochemische analytische methode. Zijn wiskundige 'vergelijking van Nernst' lag aan de basis van de werking van de drie bloedgaselektroden, samen met de vierde referentie elektrode.


In 1906 ontdekte de Duitse fysioloog en uitvinder van de glaselektrode Max Cremer (1865-1935) een elektrisch potentiaal proportioneel aan het verschil in zuurconcentratie door dunne glasmembranen. Hij ontdekte dat een membraan van dun glas in staat was om waterstofionen door te laten.

1907

image005_15_png.jpg

Het opmerkelijk vermogen van bloed om grote hoeveelheden zuur te neutraliseren zette Lawrence J. Henderson (1878-1942), Professor biochemie aan de Harvard University, er toe aan om de relatie van bicarbonaat tot opgelost koolstofdioxide te bestuderen en hoe die als buffer van vaste zuren reageerde. Zijn inzicht leidde er toe dat de scheikundigen en fysiologen zich realiseerden dat als men zuren aan bloed toevoegde, de waterstofionen met bloed-bicarbonaat reageerden, waardoor koolstofdioxide gevormd werd, dat via de longen verwijderd werd, waardoor het verhoogde zuur geŰlimineerd werd.

1909

image006_15_png.jpg

De Deense chemicus S°ren Peder Lauritz S°rensen (1868-1939) was het beu om steeds opnieuw zeven nullen op papier te zetten als hij het over de activiteit van een enzyme had. Hij introduceerde dan ook de term pH.

1909

image007_13_png.jpg image002_117.jpg

De Duitse chemicus Fritz Haber (1868-1934) en zijn Poolse collega Zygamunt Klemensiewicz (1886-1963) vervaardigden en bestudeerden glazen H+ elektrodes.

1910

image008_16_png.jpg

De controverse tussen de Deense fysiologen Professor Carl Ludwig (1816-1894) en Christian Bohr (1855-1911) eindigde in ÚÚn enkel nummer van de Scandinavian Archives of Physiology in een briljante reeks publicaties van de hand van August Krogh (1874-1949), met behulp van zijn vrouw Marie (1874-1943). Met verontschuldigingen gericht aan zijn mentor Bohr keurde Krogh diens secretietheorie af en bewees hij aan iedereen, behalve aan de koppige Haldane, dat het mechanisme van gasuitwisseling in de longen enkel door de fysische krachten van de diffusie kon verklaard worden.

1910

image009_15.jpg

In 1910 stelde de Engelse fysioloog Archibald Hill (1886-1977) een eenvoudige vergelijking voor de dissociatie curve voor, met een hellingsgraad van ongeveer 2.7, S/(1 S) = kPn, waarbij S de saturatie was en P de PO2, mm Hg. Ze paste echter nauwelijks bij lage saturatie.

image011_18_png.jpg

De vergelijking van Hill werd in de jaren ĺ50 gewijzigd door de Amerikaanse anaestesist John W. Severinghaus (1922-) met gebruik van twee verhoudingen, eentje met n = 3 en eentje met n = 1: S/(1   S) = k(P3 + 150P). Voor de standaard menselijke dissociatie curve bij pH = 7.40, T = 37░ C, k = 1/23,400. Dit leverde een opmerkelijke accurate standaard dissociatie curve op met een maximum fout van ▒ 0.5% saturatie van 0 tot 100%.

1911

image012_14.jpg image013_6.jpg

De Duitse fysicus Wilhelm Wien (1864-1928) ontwikkelde de foto-elektrische cel, die gebaseerd was op de theorie uit 1899 van de Franse natuurkundige Henri Becquerel (1852-1906).

1912

image014_12.jpg image015_13_png.jpg

De eerste accurate meting van de bloed pH op lichaamstemperatuur kwam op naam van de Deense artsen Karl Albert Hasselbalch (1874-1962) en Christen Lundsgaard (1878-1940) die daarvoor een waterstofelektrode gebruikten. De aangepaste 'Ostwald platinum elektrode' verhinderde het verlies van koolstofdioxide tijdens de waterstofgasequilibratie. Zij vergeleek een kleine bel waterstof met opeenvolgende bloedstalen tot de PCO2 in de bel gelijk was aan die van het bloedstaal.
Hasselbalch, K. A., and C. Lundsgaard. 1912. Elektrometrische Reaktionsbestimmung des Blutes bein Korpertemperatur. Biochem. A. 38: 77.

1914

image001_19_png.jpg

De Noord-Ierse fysioloog Joseph Barcroft (1872-1947) gebruikte het 'principe van Robert Halden' voor zijn onderzoek naar de gassamenstelling in het bloed. Hij deed heel wat onderzoek naar hemoglobine. Zo bekeek hij onder meer hoe het op giftige gassen reageerde (waaraan hij zich persoonlijk blootstelde) en op grote hoogtes, waarvoor hij heel wat bergtoppen beklom. Tijdens een ander experiment bleef hij zeven dagen lang in een glazen kamer om te berekenen hoeveel zuurstof een persoon minimaal nodig heeft om te overleven. In een ander experiment stelde hij zichzelf bloot aan zeer lage temperaturen tot hij bewusteloos neerviel.

1917

image014_12.jpg

De Duitse arts en chemicus Karl Albert Hasselbalch (1874-1962) converteerde de vergelijking van Lawrence Joseph Henderson (1878-1942), Professor biochemie aan de Harvard University, naar een logaritmische vorm, die sedertdien gekend is als de Henderson-Hasselbach vergelijking: pH = pK' + log[HCO3 /SPCO2].
Hasselbalch, K. A.. 1917. Die Berechnung der Wasserstoffzahle des Blutes aus der freien und gebundenen Kohlensaure desselben und die Sauerstoffbindung des Blutes als Funktion des Wasserstoffzahl. Biochem. Z. 78: 112 .

1917

image018_8.jpg

Het door de Amerikaanse scheikundige Donald Van Slyke (1883-1971) ontwikkelde volumetrische toestel voor de analyse van bloedgassen zorgde voor een accurate bepaling van de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed.

image019_5_png.jpg

Het toestel werd dat jaar ook gebruikt voor de accurate meting van de ganse zuurstofcapaciteit in het bloed en nog een jaartje later voor de analyse van koolstofmonoxide.

1917

image020_7_png.jpg

Zuurstofapparaat ontwikkeld door de Schotse fysioloog John Scott Haldane (1830-1936).

1918

image021_6_png.jpg

Vlak na Wereldoorlog I begon de kwantitatieve oximetrie bij de Deense arts Schack August Steenberg Krogh (1874-1949) in Kopenhagen. Krogh was de eerste die de aanpassing van bloedverspreiding beschreef volgens de behoefte in de spieren en andere organen, door het openen en sluiten van de arteriolen en haarvaten.
image022_7_png.jpg 

De door August Krogh (1874-1949) ontwikkelde micro tonometer voor het bepalen van de zuurstof en koolstofdioxide inhoud van bloed.

1919

image023_4_png.jpg 

August Krogh (1874ľ1949) en zijn assistent I. Leicht gebruikten spectroscopische methoden om de zuurstofsaturatie in het bloed van vissen te meten.

extad/bloeddrukmeter.be

Bereken Je BMI

Geef je lengte en gewicht:
cm
kg