WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

1825 - 1849

1825

De Franse advocaat, politieker en gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826) waarschuwde zijn lezers voor de gevaren van excentrieke diëten. Hij was een van de eerste voorstanders voor het beperken van koolhydraten. Zijn 'Physiologie du Gout' was een van de eerste belangrijke boeken over voedsel.

1826

Ondanks alle controverses boekte men iet of wat vooruitgang tegen obesitas toen de Britse arts John Ayrton Paris (1785-1856) in zijn boek 'Treatise on Diet' het dagelijks basiskader onthulde voor matige voedselconsumptie. Volgens hem omvatte die dagelijkse voedselinname een copieus ontbijt, lichte lunches en kleine avondmaaltijden. Hij benadrukte ook het belang van snacks en was de eerste die de idee introduceerde dat een groot avondmaal voordeliger is dan een groot middagmaal na een dag hard werken.

In 1826 maakte de Pruisische legerchirurg Carl Ferdinand von Gräfe (1787-1840) een onderscheid tussen ‘corpulentie’ of ‘obesitas’ als resultaat van ongewenste vettoename en ‘vetzucht’ of ‘obesitas’ als ziekte.

De Franse schrijver Jean Anthelme Brillat-Savarin (1855-1826) benadrukte in 1826 dat, hoewel het vermogen om van voedsel te genieten een menselijk voorrecht is, het genieten van voedsel ook subjectief de mate van voedselinname bepaalt en daarom een ​​reden is voor de ontwikkeling van obesitas. Andere mogelijke oorzaken, naast de natuurlijke aanleg van sommige mensen, waren overmatig eten en drinken – vooral gebak en bier – evenals te veel slaap en te weinig lichaamsbeweging.

1827

De Franse ingenieur Joseph Béranger (1802-1863) leverde heel wat inspanningen om het metriek stelsel te verspreiden in Frankrijk. In 1827 stichtte hij een eigen atelier voor het vervaardigen van weegschalen, waarin hij meer dan driehonderd personen tewerk stelde.

1829

In zijn monografie 'Comments on Corpulency, Lineaments of Leannes' presenteerde de Britse chirurg William Wadd (1776-1829) twaalf gevallen van extreme vetophopingen.

1830

In de Verenigde Staten koppelde de Amerikaanse predikant Sylvester Graham (1794-1851) als eerste de voedselkeuze aan gezondheid. Hij veroordeelde 'de zonde van gulzigheid' en raadde een saai, vegetarisch dieet aan als genezing. Hij vervaardigde een plat volkoren brood en moedigde zijn gelovigen aan om dit te eten. Nochtans zagen de gebruikers van de zogenaamde Graham Cracker er 'bleek en ziekelijk' uit. Het leverde hem de bijnaam Dokter Zaagsel op.

Graham had heel wat invloed op de Amerikaanse arts John Harvey Kellogg (1852-1943), die natuurgeneeskunde beoefende en de Cornflakes uitvond, waarvoor hij later de firma Kellogg's oprichtte. Kellogg deelde de opinies van Graham i.v.m. sex, alcohol en vleesconsumptie.

In Duitsland en Zwitserland werd de 'Graham theorie' door de Duitse apotheker en natuurgenezer Theodor Hahn (1824-1883) verspreid.

In de Verenigde Staten worden de Graham Crackers nog steeds verkocht, maar ook in Zuid-Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk kan men nog steeds Grahambrood kopen.

Bij de voor de eerste Indische Aga Khan Hasan Ali Sjah (1804-1881) ontworpen weegschaal bestond het tegengewicht uit diamanten, die hem na het wegen geschonken werden.

1831

In Amerika kregen de broers Erastus (1792-1864) en Thaddeus S. Fairbanks (1796-1886) uit St. Johnsbury, Vermont het eerste patent voor een platform-weegschaal. Thaddeus had die bedacht en met de bouw ervan ontketende hij een revolutie in de weegmethodes. De vorige weegschalen waren immers van het even-balance- of steelyard-type. Tot dan toe had het bedrijf van beide broers stoven, ploegen en mestvorken vervaardigd. Na de uitvinding van de platform-weegschaal specialiseerde het zich in de productie van alle soorten weegschalen. Met succes, want de toestellen werden wereldwijd geleverd.

In het Verenigd Koninkrijk werd hun patent voor de platform-weegschaal echter nietig verklaard. Het Britse octrooibureau verdedigde zijn beslissing met de verklaring dat de Britse uitvinder John Wyatt (1700-1766) het systeem al enkele jaren voordien had gebruikt.

Het Fairbanks-systeem leidde tot heel wat verbeteringen in de productie van weegschalen. Hoewel het patent in Groot-Brittannië ongeldig was, zag Henry Pooley (1803-1878) uit Liverpool heel wat mogelijkheden in het ontwerp van Fairbanks. Hij sloot een overeenkomst met hen en plaatste in 1835 een platform-weegschaal op de nieuwe spoorlijn tussen Liverpool en Manchester. Pooley werd zeer actief in het fabriceren van platform-weegschalen.

Op 13 januari 1857 verkreeg Thaddeus Fairbanks het eerste Amerikaanse patent voor deze weegschaal voor de spoorwegen, waarmee zowel wagons als treinen gewogen werden. Vrij vlug maakten alle weegschaalfabrikanten gebruik van het hendelsysteem van de platform-weegschalen.

1835

De Body Mass Index (BMI) is een uitvinding van de Gentse wis- en sterrenkundige Lambert Adolphe Jacques Quetelet (1796-1874). Hij interesseerde zich voor sociale statistiek en maakte onder andere grafieken van de maandelijkse sterftecijfers in Brussel. Hij ontwikkelde ook ideeën over de 'gemiddelde mens' en deed daarvoor metingen bij dienstplichtigen, waardoor hij een pionier werd van de anthropometrie en biostatistiek. De waarde van de quetelet-index of de BMI is gelijk aan de lichaamsgewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte in meter.

1839

In zijn boek 'Die Fettleibigkeit und Magerkeit, ihre Ursachen und ihre gründliche Heilung durch Diät und andere Mittel' noemde G. D. Regneller zwaarlijvigheid ‘het hoogste punt van gezondheid [...], de juiste middenweg tussen slankheid en zwaarlijvigheid’, terwijl corpulentie gekenmerkt wordt door ophopingen van vet over het hele lichaam.

"Corpulentie bestaat uit een buitengewone ophoping van vet, die min of meer de omvang van het lichaam vergroot en altijd de schoonheid van de natuurlijke vormen vernietigt.”

Van deze algemene vorm onderscheidde hij een lokale zwaarlijvigheid, die hij vooral waarnam in de buik en die door de Franse schrijver  Jean-Altheme Brillat-Savarin (1755-1826) “gastroforia” werd genoemd.

Regneller vermeldde talrijke factoren voor de ontwikkeling van zwaarlijvigheid en maakte onderscheid tussen predisponerende en incidentele oorzaken. Met aanleg bedoelde hij verschillende ‘temperamenten’, zoals het lymfatische, het lymfatisch-sanguine en het lymfatisch-zenuwachtige temperament, zonder deze typen nader te beschrijven. Hij beweerde echter dat 95% van de zwaarlijvigen een lymfatisch-nerveus temperament hadden. Daarnaast somde hij een aantal factoren op die zwaarlijvigheid bevorderen, zoals te vaak aderlaten, lauwe baden, rust van het lichaam, welvaart, rijkdom, kloosterleven, slapen na het eten, leven in een koude en vooral warme omgeving, de consumptie van heet water en suikerhoudende dranken of bier en diverse voedingsmiddelen zoals pap, aardappelen, te sterke vleesbouillon, koekjes enz.

“Obesitas is wereldwijd de trieste erfenis van welstellende en rijke mensen. Obesita komt echter vaker voor in koude gebieden en zowel in de hoofdsteden als in provincies, zowel op het platteland als in de stad."

1840

In 1840 stichtte de jonge Duitse slotenmaker A.C.C. Joachims (1820-1888) het bedrijf Seca. Hij studeerde bij de Straatsburger monnik Friedrich Alois Quintenz (1774-1822), die in 1821 de decimale weegschaal had uitgevonden en stak daar heel wat wijsheid op. Terug in Hamburg startte hij zijn eigen bedrijf en verkocht hij zijn weegschalen wereldwijd.

Op 5 december 1840 kreeg de Franse ingenieur Joseph Béranger (1802-1863) toelating om in Lyon de eerste Romeinse of gelijkarmige balans toe te passen op weegbruggen. Nog eens acht jaar later vond hij de pendule-weegschaal uit. Hij wordt dan ook de ‘vader van de moderne weegschalen’ genoemd.