WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

1750 - 1799

1750

De Britse kruidenier Edward Bright (1721-1750) werd beroemd als de ‘dikke man van Maldon’. Bij zijn dood op 29-jarige leeftijd was hij met 302 kilo de ‘dikste man van Engeland’. Zijn jas was groot genoeg om er zeven mannen in te herbergen. In 1750 schilderde de Britse kunstenaar David Ogborne (1700-1768) zijn portret waarna ook diverse etsen werden gepubliceerd, onder andere van de Ier James McArdell (1728-1765) en de Brit Anthony Walker (1726-1765). In 2000 werd in het King's Head Centre van de High Street in Maldon, in de buurt van Bright's voormalige huis, een bronzen reliëf van de Britse beeldhouwer Catharni Stern (1925-2015) onthuld, waarop zeven mannen werden getoond in de jas van Bright. Later werd aan het voormalige huis van Bright ook een gedenkplaat geplaatst, met eveneens zeven man in zijn jas.

1757

Vanaf de 18de eeuw trok overgewicht de aandacht van de wetenschappers, in een mum van tijd werden zo’n dertig verhandelingen gepubliceerd. In een van de eerste monografieën 'A Discouse on the Nature, Causes, and Cures, of Corpulency. Illustrated be a remarkable Case, read before the Royal Society, November 1757: and now first published by Malcolm Fleming' (Een verhandeling over de aard, de oorzaken en de genezingen van corpulentie. Geïllustreerd wordt een opmerkelijke zaak, voorgelezen voor de Royal Society, november 1757: en nu voor het eerst gepubliceerd door Malcolm Fleming) citeerde de Schotse fysioloog Malcolm Flemyng (1700-1764) de essentie van obesitas als een ziekte:

"Men mag zwaarlijvigheid in buitengewone graad als een ziekte beschouwen, omdat het in zekere mate de vrije uitoefening van de natuurlijke functies blokkeert en het de neiging heeft om het leven te verkorten, door de weg vrij te maken voor gevaarlijke kwalen."

In zijn 'Verhandeling over de aard, de oorzaak en de genezing van overmatige zwaarlijvigheid van het lichaam' omschreef Flemyng obesitas als een risico en niet als een zonde, zoals dat tot dan toe verkondigd werd. Hij typeerde obese mensen als erfgenamen van een ongelukkige neiging. Flemyng had ook een bijzonder dieetvoorstel: iedere dag wat zeepwater drinken, dan dreef het vet vanzelf uit het lichaam.

Flemyng noteerde vier oorzaken van zwaarlijvigheid:

  1. Het innemen van grote hoeveelheden voedsel, vooral van de rijke en vette soort.

  2. Te lakse textuur van de cellulaire of vette membraan, waarbij de cellen gemakkelijk opzwellen.

  3. Een abnormale toestand van het bloed, waarbij de opslag van vetten vergemakkelijkt wordt.

  4. Gebrekkige ontlasting.

Flemyng geloofde dat zweet, urine en faeces olie bevatten en dat men obesitas dus kan behandelen door deze olie te elimineren via laxeermiddelen, zweet-afdrijvende middelen of diuretica. Het werk werd pas in 1760 uitgegeven en in 1769 naar het Duits vertaald door de Oostenrijkse arts Joseph Jacob Plenk (1735-1807), de grondlegger van de dermatologie.

1760

Op het lijk van een zwaarlijvige man registreerde de Italiaanse anatoom Giovanni Battista Morgagni (1682-1771) het eerste gedocumenteerde geval van aderverkalking.

De Britse smid John Wood (1712-1765) startte het bedrijf Angel&Scales, dat op grote schaal weegschalen produceerde.

1770

Zelfs bij elke vooruitgang in het ontwerp en de ontwikkeling van de weegschaal, waren allemaal variaties op de balans. Hoewel bepaalde bronnen uit de jaren 1600 verwezen naar weegschalen met veren, de zogenaamde weeghaken, werd een dergelijk apparaat pas in 1770 voor het eerst ontwikkeld door de Britse geestelijke en uitvinder Richard Salter (1821-1900), waarbij hij een drukveer gebruikte.

Een andere populaire weeghaak was de Mancur Balance. Er was ook de Sector Veerbalans, die bandstaal gebruikte voor de veer.

1771

In de Verenigde Staten, Duitsland, en Groot-Brittannië werden heel wat patenten voor weegschalen aangevraagd.

De Franse chemicus Antoine Lavoisier (1743-1794), herkende dat oxidatie en verbranding met zuurstofverbruik gepaard gaan. Hij deed de eerste metingen van warmteproductie, beter bekend als calorimetrie, berekend uit het gewicht van het door de uitademing van cavia's gesmolten ijs en leidde daaruit af dat het metabolisme analoog was aan een trage verbranding.

1780

De Schotse arts William Cullen (1710-1790), die Professor Geneeskunde was aan de Edinburgh Medical School, publiceerde een classificatie van ziekten, waarbij hij ook obesitas vernoemde. 

De Nederlandse Professor geneeskunde Herman Boerhaave (1668-1738) beschreef de casus van een arts, die zwaarlijvig geworden was na veelvuldige aderlatingen.

1790

De personenweegschaal begon ingang te vinden. De kolom van de zogenaamde Sanctorius balans, vervaardigd uit satijn-hout, had een glijdende hoogteverstelling en verzonken koperen hoogte-markeerder met een opgehangen koperkleurige gewichtskom. Daaronder bevonden zich twee scharnierende gewichtsladen. Het vak daaronder had een lederen inzetplatform.

1791

In zijn 'Jefferson Report' beschreef de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en latere President Thomas Jefferson (1743-1826) de Engelse gewicht- en meetstandaarden voor het Amerikaanse Congres "in de veronderstelling dat de huidige metingen moeten behouden blijven" en schetste hij ook een decimaal stelsel van maten en gewichten volgens zijn eigen conceptie.

1793

Onder het reigme van Napoleon Bonaparte (1769-1821) bedacht de Franse regering een meetsysteem, dat gebaseerd was op een lijn die door Parijs over de grond liep en die de afstand van de Noordpool tot de Evenaar registreerde. De Fransen noemden dit het metrieke stelsel, maar het volk was niet bekend met het systeem. In 1837 werd het pas volledig toegepast, toen het een standaard werd in de Europese landen. Het metriek stelsel voor afstanden werd meter genoemd, dat voor vloeistoffen liter en dat voor gewichten kilogram. Daarnaast waren er ook de gekende onderverdelingen.

1799

Volgens de archieven van de Franse Republiek werden op 22 juni 1799 door het nationaal instituut van wijzen en de Raad van Vijfhonderd de standaarden "meter en kilogram" voorgesteld.

De wet van 10 december 1799 aanvaardde de standaarden van meter en kilogram:

"De kilogram is de massa van het internationale prototype in platina-iridium, die bekrachtigd werd door de Algemene Conferentie voor maten en gewichten gehouden in Parijs in 1789, en die gedeponeerd werd in het Pavillon de Breteuil in Sèvres"