WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

1751-1780

1762

De verlichtingsdenker Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) pleitte voor een natuurlijke benadering van gezondheid, waarbij de mens in harmonie leeft met de natuur. Hij had geen hoge dunk over medicijnen en geloofde dat de gezondheid en de constitutie door handarbeid en lichaamsbeweging versterkt konden worden. In zijn boek Émile uit 1762 schreef hij dat mannen zowel hun geest als lichaam moesten oefenen en dat diegenen waren die de meeste lichaamsbeweging hadden gedaan het langst zouden leven.

1764

In 1764 betoogde de Zwitserse arts Johan Zimmerman (1728-1795), dat een goede gemoedstoestand afhankelijk was van de lucht, de voeding en voldoende lichaamsbeweging.

1769

De Schotse arts William Buchan (1729-1805) publiceerde zijn populair werk 'Domestic Medicine: or, a Treatise on the Prevention and Cure of Diseases by Regimen and Simple Medicines', waarin hij stelde: 

"Van alle oorzaken die samenwerken om het leven van de mens kort en ellendig te maken, heeft er geen enkele meer invloed dan geen behoefte naar een goede oefening."

Hij verklaarde ook:

"Enkel oefenen kan vele ongeneesbare ziekten voorkomen en kan andere elimineren waar geneeskunde vruchteloos is."

 

Met meer dan 80.000 verkochte exemplaren en 19 edities, was het een van de meest populaire medische teksten en het werd het in bijna elke Europese taal vertaald.

1774

Beïnvloed door de ideeën van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) over de 'Nature Humaine', opende de Duitse theoloog, pedagoog, filantroop en schrijver Johann Bernhard Basedow (1724-1790) in 1774 zijn Philanthropinum in Dessau.

In deze pedagogische instelling lag de nadruk op lichamelijke oefening en sport, met ondermeer worstelen, hardlopen, paardrijden, schermen, voltige en dansen.

Zelfs de schooluniformen, die in die tijd vaak zwaar en beklemmend waren, werden comfortabeler gemaakt om aan leerlingen een grotere bewegingsvrijheid te geven.

1777

De Franse chemicus Antoine Laurent de Lavoisier (1743–1794) ontdekte dat dieren die opgesloten werden in een afgesloten ruimte, zuurstof haalden uit de lucht van die ruimte en koolstofdioxide produceerden.

De Zwitserse horlogemaker Abraham-Louis Perrelet (1729-1826) uit de buurt van Neuchâtel, ontwikkelde in 1777 een combinatie van een pedometer en een zichzelf opwindende horloge. De horloge was uitgerust met een inwendig en bewegingsgevoelig mechanisme, dat in de jaszak gedragen werd en reageerde op de bewegingen van de proefpersoon. Het toestel werkte acht dagen en werd door het wandelen terug opgeladen binnen de acht tot vijftien minuten

1778

De Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer (1734-1815) beweerde dat hij zieken kon genezen met ‘dierlijk magnetisme’, dat nadien 'mesmerisme' werd genoemd.

 

Nadat hij verwikkeld raakte in een schandaal rond een blinde clavecimbelspeelster, waarvan de ouders hem aanklaagden, moest hij Wenen ontvluchten. Hij vestigde zich in Parijs waar hij een druk bezocht kabinet opende.

Hij ontwierp de ‘baquet’, die uit een grote, ronde, houten bak bestond, die gevuld was met ‘gemagnetiseerd water’ met daarin ijzeren staven. Op die manier kon hij meerdere patiënten gelijktijdig behandelen.

Maar Messmer behandelde sommige patiënten ook individueel met hypnose en directe manipulaties. In 1784 ontmaskerde een commissie van wetenschappers hem als charlatan en zijn ‘mesmerisme’ viel in diskrediet.

 

In 1825 verbood l'Académie de Médecine en verschillende Cours de Justice de artsen om in hun praktijk de ‘dierlijk magnetismetherapie’ te gebruiken.

 

In 1843 stelde de Schotse cirirg James Braid (1795-1860) de term 'hypnose' voor, voor een techniek die afgeleid was van dierlijk magnetisme.

1780

In zijn werk 'Gymnastique Médicinale et Chirurgicale' beschreef Joseph Clement Tissot (1747-1826), chirurg in het leger van Napoleon, de therapeutische toepassingen van lichaamsoefeningen.

Het werk is een van de vroegste geschriften over fysiotherapie en het verscheen zelfs nog voor de publicaties van de Zweedse gymnastiek-pionier Per Henrik Ling (1776-1839).

In het eerste deel onderzocht Tissot het effect van beweging en rust op gezondheid. Hij realiseerde zich dat actieve en passieve bewegingen van de patiënt noodzakelijk zijn om 'decubitus en stijfheid en adhesies van de gewrichten' te vermijden.

Voor het uitvoeren van zijn bewegingstherapie besteedde hij veel aandacht aan een correcte en aangepaste selectie van oefening en belastingsdosering.

In deel twee beschreef hij systematisch fysiotherapeutische oefeningen voor de behandeling van rachitis, beroerte, reuma, jicht en andere chirurgische en orthopedische indicaties.

In 1780 opende de Zwitserse chirurg Jean-André Venel (1740–1791) in Orbe de eerste orthopedische kliniek wereldwijd.

Zijn instituut stond model voor heel wat Europese hospitalen en er werden heel wat orthopedische toestellen ontwikkeld voor de behandeling van kinderen.