WebiMed.net

Medische Informatie en Gezondheid

1945 - 1949

1945

In 1945 werd voor het eerste een analytische weegschaal vervaardigd met één pan, die het meest lijkt op de balans die tegenwoordig in laboratoria wordt gevonden.

Tijdens de tweede Wereldoorlog gebruikten de Amerikanen de Salters weegschaal met haak om de rantsoenen van hun troepen te wegen.

Na de tweede Wereldoorlog was er een significante toename naar onderzoeken over obesitas.

In The American Journal of Digestive Diseases van december 1945 verscheen de bijdrage 'Metabolic abnormalities in obesity: A statistical survey' van de Amerikaanse Endocrinologen Max A. Goldzieher (1883-1969), Nathaniel A. Reimer (1899-1960) en Joseph W. Goldzieher (1919-). Het artikel beschreef hun onderzoek naar de metabole status van 100 gevallen van obesitas, vergeleken met die van andere groepen die geselecteerd waen op basis van hun vetverdeling, leeftijd en klinisch duidelijke endocrinopathie. Hun conclusies luidden:

  1. Het gemiddelde basale metabolisme is bij zwaarlijvigen lager en significant lager bij hypofyse-obesitas en obese jongeren. Verdelingscurves tonen in beide groepen ook een grotere frequentie aan van ratio's onder min 10.
  2. De specifieke dynamische werking van eiwitten, bepaald met de staalmethode na de inname van een kleine eiwitmaaltijd, is lager dan bij eerder gerapporteerde normale controles. Een hogere specifieke dynamische werking treedt op met een gelijkmatige vetverdeling bij zwaarlijvige patiënten en bij patiënten met een regionale verdeling van het type hypothyreoïdie of hypogonad. De specifieke dynamische werking is duidelijk laag bij hypofyse-obesitas en bij de jeugdgroep. Veel hogere waarden werden in de menopauze- of hypogonadgroep verkregen. De waargenomen verschillen zijn statistisch significant.
  3. Het gemiddelde van de nuchtere bloedsuikerspiegel is bij zwaarlijvigen normaal, maar de verdeling van de onderzochte cijfers laat een aanzienlijk percentage zien in het hypoglykemische en hyperglykemische bereik. De gemiddelde bloedsuikerspiegel is significant lager in hypofyse en jeugdige obesitas.
  4. Het urinezuur in het bloed is bij zwaarlijvigen verhoogd, want het gemiddelde is 3,65 plus of min 0,08 mgm% in 100 niet-geselecteerde gevallen. Een significant hoger gemiddelde werd genoteerd bij hypofyse-obesitas.
  5. Volgens het gemiddelde van 100 niet-geselecteerde gevallen is lymfocytose een symptoom van obesitas. Nog grotere lymfocytose heerst in de hypofysegroep; het verschil is statistisch significant.
  6. Een lager 24-uurs urinevolume en een verminderde zoutuitscheiding karakteriseren zowel de niet-geselecteerde als de hypofyse-type obesitas.
  7. Bij uitvoering van de zouttolerantietest worden water en zout in beide groepen vastgehouden, maar vooral in het hypofysetype; het verschil van de middelen van zoutuitscheiding is statistisch significant.

1946

De Amerikaan John Brobeck (1914-2009), Professor Fysiologie aan de School of Medicine of the University of Pennsylvania, stelde bij dierexperimenten vast dat de hypothalamus het eetgedrag kan beïnvloeden.

1947

De Franse endocrinoloog Jean Vague (1911-2003) merkte op dat obesitas van het bovenlichaam kan leiden tot diabetes, atherosclerose, jicht en calculus en dat er een verband bestaat tussen abdominale obesitas en vroegtijdige dood. In zijn artikel 'La différenciation sexuelle, facteur déterminant des formes de l’obésité', gepubliceerd in La presse médicale haalde hij aan dat de relatie tussen verschillende risicofactoren voor coronaire en cerebrale vasculaire aandoeningen een metabool syndroom zou kunnen zijn. Dat syndroom kon een toename van deze cardio-vasculaire accidenten veroorzaken

D-amfetamine of dextro-amfetamine en methamfetamine waren vermageringsproducten van de farmaceutische industrie. In 1887 had de de Roemeense chemicus Lazăr Edeleanu (1861-1941) voor het eerst amfetamines gesynthetiseerd. In 1919 synthetiseerde de Japanse wetenschapper Akira Ogata (1887-1978) methamfetamine. In de jaren 1930 werden beide producten bebruikt als stimulans voor de behandeling van narcolepsie. Vrij vlug bleek dat ze ook gewichtsverlies veroorzaken. In 1947 werden deze amfetamines in de Verenigde Staten goedgekeurd voor het behandelen van obesitas, maar vrij vlug bleek dat ze vooral verslavend werken, waardoor het gebruik ervan voor gewichtsverlies dan ook aanzienlijk daalde in de jaren 1970.

In het wetenschappelijk tijdschrift Psychiatry verscheen de bijdrage 'Psychological Aspects of Obesity' van de Duits-Amerikaanse Psychiater Hilde Bruch (1904-1984)

Het probleem van zwaarlijvigheid is in hoofdzaak een psychologisch probleem, met uitzondering van de relatief zeldzame gevallen die te wijten zijn aan een endocriene storing. Het gedrag van de zwaarlijvige persoon wordt gekenmerkt door overeten en onderactiviteit. Zijn houding ten opzichte van zijn zwaarlijvigheid is ambivalent: hoewel hij klaagt over de ontsierende en belemmerende effecten, lijkt hij niet bereid of niet in staat maatregelen te nemen om deze te corrigeren. Dat komt omdat de dikke persoon een onvolwassen, onzeker individu is en de lichaamsmassa hem een gevoel van kracht geeft en een bolwerk symboliseert tegen een onvriendelijke en bedreigende wereld. Het biedt ook een gemakkelijke rationalisatie voor het zich terugtrekken uit sociale contacten die angst en ongerustheid zouden kunnen veroorzaken. Bovendien is voedsel voor de zwaarlijvige persoon liefde, veiligheid en tevredenheid gaan vertegenwoordigen, terwijl spieractiviteit met gevaarlijke situaties geassocieerd wordt. Zo'n emotionele constellatie wordt gegenereerd in een specifieke gezinssituatie. Het gezin is meestal klein en de zwaarlijvige persoon is het jongste of enige kind. De moeder is een dominante persoonlijkheid en probeert via haar kind vaak haar eigen problemen en frustraties op te lossen. Ze drukt haar bezittelijke genegenheid uit door overbescherming en overvoeding. Gelijktijdig vertegenwoordigt dit gedrag van de moeder een reactie tegen een onderliggende vijandigheid, die haar ertoe brengt vergaande maatregelen te bedenken voor de veiligheid van het kind. Het resultaat is dat het kind opgroeit met een ontoereikend gevoel van veiligheid en zelfrespect en voedsel wordt zijn wapen tegen angst en de bron bij uitstek van troost in situaties van frustratie.

In de JAMA publiceerde de Amerikaanse arts Charles Freed het artikel 'Psychic Factors in the Development and Treatment of Obesity'.

Hoewel er twijfel kan bestaan ​​over het verkorten van het leven door factoren als roken, tabak, alcohol en lichaamsbeweging, zijn alle autoriteiten het er unaniem over eens dat overgewicht een beslissend invloed heeft op het verkorten van de levensduur. Statistieken tonen overweldigend aan dat overgewicht niet alleen resulteert in een verhoogd sterftecijfer, maar ook verantwoordelijk is voor de vroegtijdige ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen, nierziekten, diabetes en zelfs kanker. Daarom is het verrassend dat de leden van de medische professie met deze kennis zo weinig geïnteresseerd zijn in een gezamenlijke en oprechte poging om zwaarlijvigheid te behandelen of de aanwezigheid ervan te voorkomen.

In hun artikel Obesity, verschenen in het december nummer van de Annals of Internal Medicine, waarschuwden de Amerikaanse arts Clifford F. Gastineau (1921-) van de Mayo Foundation en Professor Geneeskunde Edward H. Rynearson (1918-2013) van de University of Minnesota:

Hoewel de gevaren en handicaps van zwaarlijvigheid door heel wat schrijvers zijn opgesomd, wordt de ernst van deze ziekte niet volledig onderkend. Het is gemakkelijk om 'een paar kilo overgewicht' van zich af te schudden als iets van weinig belang, maar daarmee negeert de arts wellicht wel zijn beste kans om het leven van zijn patiënt te verlengen en toekomstige ziektes te verminderen. Statistici hebbenop de toename van sterfgevallen gewezen als gevolg van degeneratieve ziekten zoals kanker, diabetes en hartaandoeningen.

1948

Volgens de in 1948 opgerichte Scale Manufacturer’s Association was de Amerikaanse markt dat jaar goed voor 2,6 miljoen weegschalen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkende zwaarlijvigheid als een ziekte, maar ondanks het nieuwe bewijsmateriaal en de WHO-gegevens negeerde de medische wereld zwaarlijvigheid als belangrijk.

In het januari-nummer van Acta Medica Scandinavica publiceerde de Deens Professor Chirurgie Jens Foged (1897-1966) het artikel 'Operative Treatment of Abdominal Obesity, especially Pendulous Abdomen'. Daarin vermeldde hij dat de Amerikaanse Gynaecoloog Howard Atwood Kelly (1858-1943) van de Johns Hopkins School of Medicine in 1899 waarschijnlijk de eerste operatie verrichtte op een hangende buik (pendulous abdomen).

In haar artikel 'Obesity: Psychiatric plus dietary approach to its treatment', dat verscheen in het november-nummer van The American Journal of Digestive Diseases rapporteerde de Amerikaanse arts Esther Tuttle (1922-2022) dat een dieet van eiwitten met een hoge biologische en voedingswaarde, gecombineerd met koolhydraten en aangevuld met een psychiatrische benadering van het probleem, de meeste bevredigende resultaten opleverde bij meer dan 500 patiënten.

Op basis van zijn wetenschappelijk onderzoek over vetmetabolisme schatte de Franse Professor fysiologie Jules Béclard (1817-1887) dat het fysiologisch vetgehalte van het menselijk lichaam een twintigste van het gewicht moest zijn.

1949

In 1949 richtte een kleine groep Amerikaanse artsen de National Obesity Society op, de eerste van vele beroepsverenigingen die bedoeld waren om de obesitasbehandeling vanuit de marge naar de mainstream te brengen.

De Amerikaanse microbioloog Don W. Fawcett (1917-2009) van het Department of Anatomy, Harvard Medical School and Biological Research Laboratory was de eerste die het Brown Adipose Tissue (BAT) beschreef, het bruine vetweefsel dat rijk is aan mitochondriën en dat zijn naam dankt aan de bruine kleur van de mitochondriale cytochromen. BAT is metabool zeer actief en een belangrijke fysiologische verdediging tegen kou. Men kon bewijzen dat een vermindering van de thermogene activiteit van BAT bijdraagt tot obesitas.

In de Jamaica Medical Revue verscheen het artikel 'Obesity and diabetes' van Dokter H.W. Balme:

"Diabetici hebben gemiddeld een hogere bloeddruk dan de algemene bevolking. Dat is niet het gevolg van een specifiek effect van diabetes, maar houdt verband met de zwaarlijvigheid waaraan ze onderhevig zijn. De vermindering van zwaarlijvigheid bij dergelijke patiënten met een dieet, verlost hen niet alleen van de schadelijke effecten die zwaarlijvigheid altijd veroorzaakt, maar verbetert ook de koolhydratentolerantie en vermindert hypertensie. Dit is nog een andere reden waarom obesitas bij diabetici gecorrigeerd moet worden, waar mogelijk."

In 1949 waarschuwde de Amerikaanse Professor en voedingsdeskundige Ancel Keys (1904-2004) voor een mogelijke epidemie van zwaarlijvigheid die veroorzaakt zou worden door een combinatie van economische en sociale omstandigheden.

"Terwijl onze calorie-inname stijgt, daalt onze output. De geweldige vooruitgang van de technologie bevrijdt ons niet alleen van slopend zwoegen, ze maakt het bijna onmogelijk om een behoorlijke hoeveelheid calorie-verbruikende lichaamsbeweging te krijgen."