Geschiedenis van de telegeneeskunde
Het begin
De eerste telematische service werd waarschijnlijk beschreven in de “Odysseus” van Homerus, die het had over het gebruik van "frictories", vuren, waarvan de gecontroleerde rook gebruikt werd om informatie over het verloop van de Trojaanse oorlog te verzenden. Het systeem werd uitgebreid van Troje naar Klein-Azië en via de Griekse kust naar Argos en Mycene.
Middeleeuwen
Primitieve vormen van telegeneeskunde werden honderden jaren geleden reeds gebruikt. Een voorbeeld hiervan was het gebruik van klokken door melaatsen, om anderen te waarschuwen van hen weg te blijven. In de Middeleeuwen werd informatie over de builenpest door heel Europa verzonden met behulp van vreugdevuren. Sommige rijke families stuurden destijds ook urine monsters naar hun arts voor een diagnose.
1726
Er zijn gedocumenteerde bewijzen dat gegoede burgers hun medische geschiedenis doorstuurden naar eminente artsen en daarop een diagnose kregen teruggestuurd, samen met aanwijzigingen voor het volgen van een dieet en een voorschrift voor medicatie.
1844
Eerste verzending van een bericht via de door Samuel Morse (1791-1872) uitgevonden elektrische telegraaf
1855

De Italiaanse natuurkundige Giovanni Caselli (1815-1891) vond de pantelegraaf uit, de voorloper van de faxmachine, waarmee voor het eerst geschreven berichten en tekeningen via de telegrafielijn konden verzonden en ontvangen worden over grote afstand.
1855

De Engelse Professor David Edward Hughes (1831-1900) ontwierp de drukkende telegraaf.
1861
De telegraaf werd tijdens de American Civil War gebruikt om overlijdensberichten te verzenden, evenals bestellingen voor medische goederen
1866
Het eerste verzenden van signalen via een draadloze telegraaf over een afstand van 14 mijl tussen de bergtoppen van Bear’s Den Mountain en Catoctin Mountain in de Blue Ridge Mountains van Virginia. De Amerikaanse tandarts en uitvinder Mahlon Loomis (1826-1886) gebruikte hiervoor twee vliegers.
1875
Alexander Graham Bell (1847-1922) vond de telefoon uit.

Hij telefoneerde zijn assistent Thomas Watson (1854-1934): “Watson kom hier, ik heb uw hulp nodig”. De eerste oproep voor medische hulp via de telefoon, hij had namelijk zwavelzuur op zijn been gemorst.
1878
Nauwelijks twee jaar na het patenteren van de telefoon in de Verenigde Staten, publiceerde de Franse karikaturist, journalist en schrijver Albert Robida (1848-1926) in zijn sciencefiction werk ‘Le Vingtième Siècle: la vie électrique’ een eerste concept van een gecombineerde videofoon/breedscherm-TV, die hij telefonoscoop noemde.
1878
Ook de in Frankrijk geboren Schotse cartoonist George du Maurier (1834-1896) publiceerde meerdere cartoons met de telefonoscoop als onderwerp.
en maakte er in Punch magazine zelfs een fictieve uitvinding van Thomas Edison (1847-1931) van.
1878
De term telectroscoop, ook electroscoop genoemd, werd gebruikt door de Franse schrijver Louis Figuier (1819-1894), die daarmee eveneens een eerste beschrijving gaf van een televisie of videofoon.
1880
Alexander Graham Bell (1847-1922) en Charles Sumner Tainter (1854-1940) gebruikten de technieken van de telefoon om met een reeks spiegels informatie door te spelen via lichtstralen en noemden dit de fotofoon. De voorloper van de glasvezel die thans veel gebruikt wordt in telegeneeskunde.
1884
De Duitser Paul Nipkow (1860-1940), uitvinder van de Nipkow-schijf, nam een patent op de elektrische telescoop de voorloper van de televisie.
1891

De Franse fysicus Marcel Louis Brillouin (1854-1948) stelde een televisiebeeldschijf samen waarvan de gaatjes voorzien zijn van lenzen.
1893
De Franse arts Jacques Bertillon (1851-1922) introduceerde de “Bertillon Classification of Causes of Death” bij het “International Statistical Institute” van Chicago. Een aantal landen nam het classificatiesysteem van Bertillon over en in 1898 kwam er een aanbeveling van de “American Public Health Association (APHA)” dat Canada, Mexico en de Verenigde Staten het systeem eveneens moesten toepassen. De APHA besliste eveneens dat het systeem alle tien jaar zou herbekeken worden om te verzekeren dat het up-to-date bleef met de vooruitgang van de medische praktijk. Het resultaat was dat de eerste Internationale Conferentie die de “International Classification of Causes of Death” in 1900 overeenkwam om nadien de herzieningen alle tien jaar te bekijken. In die tijd was het classificatiesysteem vervat in één klein boek, met zowel een alfabetische index als een tabulaire lijst. De revisies die volgenden bevatten kleine veranderingen, tot de zesde herziening het classificatiesysteem uitbreidde tot twee boeken. Die zesde herziening bevatte morbiditeit en mortaliteit condities en de titel werd gewijzigd naar: “Manual of International Statistical Classification of Diseases, Injuries and Causes of Death (ICD).”
1897
Via een anonieme brief aan The Lancet wordt het gebruik van de telefoon bij de diagnose van kroep bij een kind gemeld.
1897
De Poolse uitvinder Jan Szczepanik (1872-1926) vond de telectroscoop uit, waarbij hij het beeld ontleedde met behulp van een trillende spiegel.
