Geschiedenis van de Stethoscoop - Deel V
De tekening van Commins
Er kwamen heel wat wijzigingen aan het originele idee van Laennec zoals die ontwikkeld door de Schotse arts Dr. Nicolas P. Commins in Edinburgh in 1828. Hij voegde een scharnier toe en connecteerde de twee helften via buizen. Deze design liet meer flexibiliteit toe om de verschillende delen van het lichaam te onderzoeken, die moeilijk bereikbaar waren voor de vorige stijve design. Hij stelde voor om het instrument binauraal te maken, maar er zijn enkel tekeningen van dit toestel.
Er kwamen vele hulpstukken beschikbaar voor de artsen. Eén ervan was een verlenging die kon ingeschroefd worden. Dit was een groot voordeel voor de schuchtere arts, of voor de arts waarvan de volgende patiënt een speciaal uniek aroma verspreidde.

Een Piorry stethoscoop als zeldzaam en prachtig voorbeeld van medisch handwerk. De ivoren plessimeter links, die op het borsteinde kan geschroefd worden, heeft een ets van een duimlancet gebruikt bij aderlatingen, papaverzaad om morfine te maken en de staf van Aesculaap die een slang rond een roede toont (het medisch esculaapteken), en in de Latijnse woorden “Conjurat and Amice” (van uw vrouw met liefde). De ivoren oorplaat, die op de stam geschroefd werd, heeft de datum May/11/1829/Paris gegraveerd in de binnenoppervlakte.
Dr. John Elliotson
In zijn “Lumleyan Lectures” tot de “Royal College of Physicians of London” in 1829 zei de gerenommeerde arts en leraar John Elliotson, (1791-1868) dat de stethoscoop en de directe auscultatie “een nieuwe set symptomen opent aan onze kennis" en vroeg hij de artsen "voorzichtig en geduldig te onderzoeken, geen schrik te hebben als de auscultatie een tegenslag bleek te zijn, maar hopen de belofte te vinden van een nieuw volbrachte informatie; niet met tegenzin te leren, want we zijn niet langer in statu pupillari". Elliotson was één van de eerste leraars in Londen die in zijn klinische lezingen de waarde van de stethoscoop apprecieerde, maar ook het gebruik ervan verdedigde bij Britse artsen om het hart en de longen te onderzoeken. Hij introduceerde eveneens de hypnose als therapie, startte in 1824 zelfs met acupunctuur. In 1834 werd hij arts in het ”University College Hospital”, waar zijn interesse voor hypnose tot conflicten leidde met het medisch comité en in 1838 werd hij daarom ontslagen. In 1849 stichtte hij een mesmerisch hospitaal, gebaseerd op dierlijk magnetisme.
Een stethoscoop, circa 1830, die de karakteristieken combineert van de Laennec en Piorry stethoscopen
Een smalle monaurale stethoscoop van Laennec, die kort is en waarschijnlijk gebruikt werd voor obstetrische auscultatie. Dit is een van de laatste Laennec stethoscopen, circa 1830 en vervaardigd van het hout van de Egyptische vijgenboom (Fycus Sycomorus) die, over al de jaren, een mooie rijke warme patina ontwikkelde, die onmogelijk na te bootsen is.
Het gebruik van de stethoscoop leidde tot een betere beschrijving van de hartgeluiden en verbeterd vermogen om een onderscheid te maken tussen verschillende ruisen en ritmestoornissen. Het verhoogde het begrip van hoe bloed door het hart beweegt in elke cardiale cyclus, in normale en abnormale condities.
Jean-Baptiste Bouillaud
De Franse arts Jean-Baptiste Bouillaud (1796-1881) werd in 1831 tot professor medische kliniek benoemd in het Parijse « Hôpital de la Charité ». Samen met zijn leerling Pierre Potain (1825-1901), deed hij met de stethoscoop heel wat studies over hartgeluiden en beschreef hij het verschil tussen normale en abnormale hartritmes. Hij gaf de eerste mechanische uitleg over de oorzaak van het geluid veroorzaakt door het kloppen van het hart en beschreef dus bepaalde arritmieën.
Een flexibele stethoscoop met tinnen oorstuk en borststuk, circa 1832
Thomas Prestwood Lucas (1801-1871) woonde twee jaar in Parijs, waar hij de clinics van Trousseau en Laennec volgde Daar leerde hij ook CJB Williams kennen. Laennec schonk Prestwood Lucas één van zijn stethoscopen. De interesse van Thomas Lucas voor klinische vaardigheden en toestellen duurde duidelijk voort. In de “Medico-Chirurgical Review (1834)” besprak hij het werk van Pierre Adolphe Piorry over `indirecte percussie'. Poirry was zo ver gegaan dat hij een plessimeter aan zijn eigen stethoscoop gekoppeld had, maar Lucas hield voor dat de hand vele malen beter was dan een plessimeter.

Lucas stethoscoop, met de inscriptie; `Deze stethoscoop behoorde toe aan Laënnec en werd door hem geschonken aan Dr Prestwood Lucas die hem in 1871 voorstelde in de “Brecon Infirmary”.
Een Piorry stethoscoop gemaakt van cederhout en ivoor met een percussiehamer, circa 1835


Een unieke flexibele Piorry stethoscoop gemaakt uit hout, ivoor en hoorn, die helemaal uit elkaar kon genomen worden, circa 1835

De stethoscoop van Elliotson, circa 1835
