Sponsor

rdsm

Geschiedenis Cardiologisch onderzoek: 1670-1699

1672

image002_17.jpg
 
De Deense anatoom Niels Stensen of Nicolaus Steno (1638-1686) gaf als eerste een duidelijke beschrijving van identificeerbaar 'congenitaal cardiaal letsel'. Hij beschreef een foetus waarvan het hart verzakt was door een defect aan het sternum, een gekende maar zeldzame anomalie, die vandaag gekend is als een van de variëteiten van 'ectopia cordis'. "Het hart was abnormaal groot, de pulmonaire artrie was veel kleiner dan de aorta en scheen van 'geen nut te zijn', de ductus was afwezig, en een probe kon vanuit de rechter ventrikel in hetzelfde aortakanaal gestoken worden die gelijk was aan beide hartkamers". Dit was zeker de eerste beschrijving van wat heden ten dage bekend staat als 'Fallot's tetralogie', soms ook de  'de ziekte van Steno-Fallot' genoemd.

1673

 image002_8.jpg

Anthony van Leeuwenhoek (1632-1723) herhaalde de waarnemingen van Malpighi in 1673 en bestudeerde de capillaire circulatie in de vleugel van een vleermuis, de staart van een kikkervisje en de staart van een vis. Dankzij zijn uitvinding van de microscoop kon hij de bloedsomloop in levende dieren bestuderen. Uiteraard had ook Van Leeuwenhoek de rode bloedcellen in de haarvaten gezien; hij vermeldde ze het eerst in een brief van 7 april 1674 aan de 'Royal Society' van Londen, maar hij bouwde er een onjuiste theorie over op, die door Boerhaave werd overgenomen. Hij wilde de grootte van de rode bloedlichaampjes te bepalen, maar miste daarvoor natuurlijk een goede objectieve maatstaf. Daarom vergeleek hij ze met een 'Sandge', een fijne zandkorrel. De doorsnede daarvan schatte hij op 1/80 - 1/100 duim, ongeveer 260 duizendste millimeter (µ) in onze taal. De inhoud van een 'bolleken' schatte op 1/25.000 van een 'sandge' en de middellijn moest dan 1/29 van 260 zijn, dus bijna 9 µ. Teneinde de bollekens, waarvan het in het bloed krioelde, beter te kunnen bestuderen, verdunde hij het bloed met water. Hij zag de bloedlichaampjes hun kleur verliezen en van vorm veranderen: het verschijnsel dat wij nu als haemolyse kennen.

1675

 image004_6.jpg

De moderne elektrische machines komen voort uit een observatie in 1675 van de Franse astronoom Jean Picard (1620-1682). Terwijl hij een kwikbarometer in het donker bewoog, noteerde hij een gloed in de luchtledige ruimte boven het kwik.

1677

 image006_6.jpg

Het nieuws over de 'mercurial phosphor' kwam de 'Royal Society' in Londen ter ore, waar Francis Hauksbee (1666-1713) een 'draaiende, lege glazen bol'  monteerde op een draaibankbed om de gloed van Picard te bestuderen. Hij riep hiermee de gloed terug op en noteerde een sterke elektrische aantrekking van draadjes en andere lichte stoffen, wanneer zijn hand de draaiende globe wreef

image008_5.jpg

Het toestel van Hauksbee

1680

image010_4.jpg 

Nu de leer van de circulatie langzaamaan algemeen aanvaard werd, richtten de fysiologen hun aandacht naar de kracht van het hart, de bloeddruk in de vaten, de velociteit van de vaten en het fenomeen van de polsgolf. Giovanni Alphonso Borelli (1608-1679) onderzocht de circulatie tijdens het leven van Harvey. Hij bedacht zeer vroeg het ontwerp om wiskundige principes toe te passen voor het uitleggen van de levensfuncties en hoewel hij veel fouten maakte, moet hij toch beschouwd worden als de uitvinder van de mechanismen van het leven. In het na zijn dood gepubliceerde 'Motu Animalium' (1680-85) verklaarde hij zijn theorie over de circulatie in 80 voorstellen en in voorstel 73, nadat hij een veronderstelde relatie gevonden had tussen het volume en de kracht van de in de ventrikel gevonden spiervezels, concludeerde hij foutief dat de kracht van het hart gelijk was aan een druk van een gewicht van 67.140 kg. Hij herkende en tekende eveneens de spiraalvormige plaatsing van de vezels in de ventrikels.

1683

image012_4.jpg

William Molyneux (1656-1698) bestudeerde de circulatie in de longen van een watersalamander in 1683. Het idee dat hetzelfde bloed in een circuit werd rondgestuurd door het lichaam gaf aan dat het leven kon verlengd worden door het bloed te vernieuwen in het geval het verloren werd.

1688

image014_3.jpg

 
Hoewel Van Leeuwenhoek de haarvaten reeds in 1680 zag, beschreef hij ze zorgvuldig in 1688. Daarvoor ontwikkelde hij een hulpstuk voor zijn microscopisch onderzoek, de zogenaamde 'aalkijker', bestaande uit een een met water gevulde glazen buis, waarin een kleine aal met de kop naar onder zat. Door een stelschroef en het verwisselen van de lenzen bereikte hij zijn doel en zag hij de overgang van arteriën in venen, via de haarvaten, wat hij op de volgende manier omschreef: "Als ik quam tot het examineren van de staart van dese kleine Worm, soo overtrof dat vermakelyk gesigt alle de beschouwingen, die myn oogen van haar leven hadden gesien... Want ik sag niet alleen, dat het bloet op veel plaatsen door seer dunne vaatjens uyt het midden van de staart wierd gevoerd na de buytekant van de selve; maar dat yder soodanig bloet-vat sig met een kromte boog en het bloet weder voerde na het binnenste of dikste van de staart, om hetselvige weder soo na het hert te voeren. Soo dat my hier bleek, dat de bloet-vaten, die wy in dit Dier sien, en de Arterien en Venae noemen, maar een ende de selve bloet-vaten sijn; alleen, datse soo lang Arterien konnen genaamt werden, als sy het bloet tot in de uyterste deelen van de kleyne vaten voeren; ende Venae, als deselve het bloet weder voeren na het Hert."
Op deze wijze toonde Van Leeuwenhoek bij de aal de continue overgang van slagaderen in venen aan, later deed hij hetzelfde bij een karper en bepaalde kikkersoorten.

1679 

De Zwitserse arts Théophile Bonet (1620-1689) beschreef gecalcifiëerde coronaire arteriën in zijn 'Sepulchretum sive Anatomia Practica', een meesterwerk gebaseerd op meer dan 3000 autopsieën.

1698

image001.gif

Pierre Chirac (1650-1732), lijfarts van Lodewijk XV,  beschreef hoe het afbinden van de coronaire arterie van een hond, leidde tot hartstilstand. Deze observatie, die nadien meerdere keren werd uitgevoerd, was één van de bewijsstukken dat er geen intercoronaire anostomosen bestonden.

 


<< 1660-16691700-1724 >>