Sponsor

rdsm

Geschiedenis Cardiologisch onderzoek: 1631-1669

1660

image002.gif 
 
Otto Von Guericke (1601-1674), een Duitse wetenschapper, uitvinder en burgemeester van Magdeburg, bouwde in 1663 de eerste elektrostatische generator, de 'Elektrisiermaschine' al kennen anderen deze uitvinding toe aan Francis Hauksbee de oudere (1796). Alles hangt ervan af hoe men de zaak bekijkt: Hauksbee noteerde het woord 'Elistricity', terwijl Von Guericke dat woord nooit gebruikte. Von Guericke besprak de natuur van het Universum, waarbij hij een zwavelbol gebruikte als model. Als hij de bol met de hand wreef creëerde hij effecten die vandaag als elektrisch worden omschreven. De zwavelbol van Von Guericke stierf een stille dood. De Universiteit van Magdeburg werd naar Von Guericke genoemd. 

image002_png.jpg
de 'Elektrisiermaschine'

1661
 
image003_png.jpg

De Italiaanse arts Marcello Malpighi (1628-1694)) was de grondlegger van de microscopische anatomie. Hij zag als eerste de circulatie in de capillairen en ontdekte de link tussen arteriën en venen, waarop Harvey alludeerde. Hij ontdekte de capillairen eerst in de longen en het darmvlies van een kikker en hij kondigde zijn ontdekking aan in zijn tweede brief 'Epistola de Pulmonibus', die hij naar Borelli stuurde. Zijn verhandeling 'De polypo cordis' (1666) was een belangrijke bijdrage voor het begrijpen van de samenstelling van het bloed en hoe het kan klonteren. Waarschijnlijk is hij ook de eerste persoon die bloedcellen ontdekte onder de microscoop. Hij ontdekte onder meer ook de smaakpapillen op de tong, de pigmentlaag van de huid en de verbinding tussen ruggenmerg en hersenen.

1662

image004_png.jpg
 
Het na zijn dood gepubliceerde werk 'De Homine' van de Franse filosoof Rene Descartes (1596-1650), verklaarde de menselijke bewegingen in termen van "een complexe mechanische interactie van draden, poriën, kanalen en 'lichaamsenergie". Hij werkte deze ideeën uit in de jaren 1630 maar publiceerde ze niet omwille van de vervolging van andere radicale denkers zoals Galileo. William Harvey ontwikkelde dezelfde ideeën maar die werden nooit gepubliceerd.

1664 

image005_png.jpg

De Nederlandse natuurwetenschapper Jan Swammerdam (1637-1680), die onder andere het mechanisme van de ademhaling beschreef, weerlegde de theorie van Descartes over de lichaamsbeweging, door het hart van een levende kikker te verwijderen en aan te tonen dat hij nog altijd kon zwemmen. Bij het verwijderen van de hersenen stopten alle bewegingen, wat overeenkwam met de theorie van Descartes, maar daarna, toen bij de dissectie van de kikker een zenuweinde met het scalpel gestimuleerd werd, trokken de spieren samen. Een bewijs dat spierbeweging kan optreden zonder connectie met de hersenen en dat daarom de transmissie van 'lichaamsenergie' niet nodig was. Swammerdam ontdekte de rode bloedlichaampjes en beschreef de structuur van de hersenen, de longen en het ruggemerg van de mens, waarbij zijn intens gebruik van een mikroskoop hem natuurlijk buitengewoon hielp.

1665

image006_png.jpg 
De ideeën van Swammerdam waren niet wijd en zijd gekend en ook zijn werk werd slechts na zijn dood gepubliceerd. Nochtans schreef hij heel wat brieven en zijn vriend Nicolaus Steno (1638-1686), viel de ideeën van Descartes aan tijdens een lezing in Parijs in 1665. Steno was een Deens anatoom en natuurhistoricus die het hart omschreef als een gewone spier. Boerhaave van zijn kant publiceerde het werk van Swammerdam 'Book of Nature' in de jaren 1730 dat in 1758 vertaald werd naar het Engels.

1665

image007_png.jpg
 
Frederik Ruysch (1638-1731) was een Nederlandse anatoom, zoöloog en botanicus, die zijn preparaten conserveerde door ze in te spuiten met was en daarmee de dissectie verhief tot een echte kunst. Zijn anatomische collectie was een toeristische trekpleister.

1668

Jan Swammerdam verfijnde zijn experimenten over spiercontractie en zenuwconductie en toonde er enkele aan notabele figuren zoals Groot-Hertog Cosimo van Toscanië. Bij een experiment hing hij de spier op aan een koperen haak binnen een glazen buis met een waterdruppeltje om de beweging te ontdekken en 'irriteerde' hij de zenuw met een zilverdraad. Dit produceerde beweging van de spier en dit zou kunnen door de inductie van een kleine elektrische lading, hoewel Swammerdam zich hiervan niet bewust was.

image008_png.jpg


 
Op de tekening hierboven: a) glazen buis, b) spier, c) zilverdraad d) koperdraad, e) waterdruppel. Swammerdam plaatste een dijspier van een kikker in de glazen buis met een zenuw die uit een holte aan de zijde van de container stak. Het irriteren van de zenuw veroorzaakte een spiercontractie, maar het waterniveau en dus ook het volume van de spier verhoogden niet. De volledige beschrijving vindt men echter pas in zijn nagelaten geschrift, dat door Boerhaave in 1737-'38 onder de gelukkig gekozen titel 'Bijbel der Natuure' werd uitgegeven. Swammerdam zag in het bloed van de kikvors "een oneyndig aantal rondagtige deelkens die van figuur als een plat ovaal waren, heel regulier: Zij scheenen ook nog een vogtigheid in haar te besluiten." In zekere zin was zijn waarneming scherper dan die van Van Leeuwenhoek, want hij beschreef de rode bloedcellen als ovaal, terwijl Van Leeuwenhoek ze als 'Bollekens' beschouwde. Eigenlijk merkwaardig voor de scherpe waarnemer Van Leeuwenhoek, temeer daar hij de rode bloedcellen van vissen en amfibieën als ovaal beschreef, en zelfs de kern die de rode bloedcellen bij hen hebben, afbeeldde. Aan de naam bollekens of globules werd de naam hemoglobine gekoppeld.

image009_png.jpg
Jan Steen (1626-1679) schilderde in die periode ook één van zijn meesterwerken 'Doktersbezoek', waarop duidelijk te zien is hoe de arts de pols van zijn patiënte neemt.

1669

image010_png.jpg image011_png.jpg
 
Ook de Duitse arts Werner Rolfinck van Jena (1599-1673) zorgde met zijn 'Consilia Medica', waarin hij de theorie van Harvey verdedigde, voor een snelle verspreiding van de theorie van bloedcirculatie.

1669

image002_12.jpg

De Engelse arts Richard Lower (1631-1691) speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de medische wetenschappen. Zijn belangrijkste werk, gepubliceerd in 1669 'Tractatus de Corde'  beschreef de werking van het hart en de longen, waarin hij precies de endocarditis van de driepuntige klep omschreef. Maar hij experimenteerde ook met bloedtransfusies en wordt daarom beschouwd als de eerste Westerling die zich daarmee bezig hield.

 
1670

Hippolito Francesco Albertini (1652-1708), een leerling van Malpighi was één van de eersten om borstpalpatie te gebruiken bij de diagnose van hartziekten. Hierdoor was hij in staat om hartvergroting te diagnosticeren en het te onderscheiden van een aorta aneurisma. Hij noteerde ook dat de pols afwezig was bij een pericardiale effusie.

1679

Théophile Bonet (1620-1689) een Zwitsers arts werd op 23-jarige leeftijd lijfarts van de Prins van Neuchâtel. Op 50-jarige leeftijd werd hij echter plots doof en vanaf dan stak hij al zijn energie in de redactie van medische werken. Zijn voornaamste werk 'Sepulchretum sive Anatomica Practica' gepubliceerd in 1679, wordt beschouwd als het eerste complete boek over anatome pathologie. Hierin beschrijft hij gecalcifiëerde coronaire arterieën. Het werk is een samenvatting van 3000 autopsieën uitgevoerd door andere auteurs, waaronder William Harvey. Het boek had een aanzienlijke invloed en Bonet wordt dan ook beschouwd als één van de stichters van anatome pathologie, die het werk van Morgagnu, een eeuw later, voorbereidde.


<< 1600-16591670-1699 >>