Geschiedenis Cardiologisch onderzoek: 150-1000
150

De Griekse arts Galenus of Galen (129-216) vermoedde dat er in het hart een warmtebron huisde en dat dat innerlijke vuur verantwoordelijk was voor de pols. Het hart was niet langer de zetel van de ziel, die zat volgens Galenus in de hersenen. Die verkeerde denkbeelden hielden veertienhonderd jaar stand, voor een groot deel doordat al die tijd het sectie verrichten op mensen taboe bleef. Pas toen men vanaf de zestiende eeuw de inwendige anatomie van mensen ging bestuderen, werd duidelijk dat veel ideeën van Galenus niet klopten. De Grieken noemen de pols "sphygmos", en sphygmologie gaat dus over de theorie van de pols. Galen interpreteerde verschillende types van pols overeenkomstig de toenmalige gedachte dat elk orgaan bij elke ziekte zijn eigen pols had, hij publiceerde minstens 18 verhandelingen over dat onderwerp. Galen beschreef ook zeer precies de bloedstroom van en naar het hart, evenals de pulmonaire circulatie, maar hij kende de bloedsomloop niet, hij dacht dat het bloed in de bloedvaten heen en weer bewoog, net als de zee bij ebbe en vloed. Ook geloofde hij in de theorie een drievoudige bloedcirculatie. Eigenaardig genoeg werd er in Griekenland nooit een verband tussen bloedstroom en bloedcirculatie gelegd.

De visie van Galen:
1. Vanuit de lever stroomt bloed, dat uit darmsappen wordt gevormd, naar de aders.
2. In de holle aders beweegt het bloed heen en weer.
3. Via de rechter harthelft komt het bloed in de longen terecht. Daar wordt het gezuiverd van roet en koelt het af door de ingeademde lucht.
4. Vanuit de longen stroomt lucht (pneuma) de linker harthelft binnen.
5. Via gaatjes stroomt bloed van de rechterkamer naar de linkerkamer. Dit zorgt voor de reiniging van het bloed.
6. In de hersenen ontstaat uit de levensgeest de zogenaamde spiritus animalis, die verantwoordelijk is voor het menselijk handelen.
7. Door het mengen van lucht en bloed ontstaat de levensgeest (spiritis vitalis), die naar de aorta stroomt.
280

In het oude China schreef Wang Shu-he (265-316) 10 boeken over de polsslag. Wang Shu-he leefde tijdens de Westerse Jim dynastie. Zijn onderzoek en kennis over de polsdiagnose was uitermate prominent. Zijn uitmuntend werk "Mai Jing" (The Pulse Classics) bevat heel wat van zijn kennis en begrip over de geheimen van de pols. "Mai Jing" bestaat uit tien rollen en beschrijft de polsposities en -methoden en stelde 24 verschillende soorten pols in. Zijn werk liet de toekomstige generatie toe om de essentie van de pols te te begrijpen, evenals de verschillende polsfenomenen bij iedere ziekte. Wang Shu-he wordt de grootmeester van de pols genoemd en wereldwijd wordt naar hem gerefereerd als de pionier op dit vlak. Eén van zijn opmerkelijke uitspraken was: "Als het patroon van de hartslag even regelmatig wordt als het kloppen van een specht of het druppelen van de regen vanaf een dak, zal de patiënt dood zijn binnen de vier dagen…"
800

De eerste arts die in het Arabisch over de pols schreef was Abu Zakariya Yuhanna Ibn Masawayh (777-857) een christen die in de Latijnse litteratuur gekend is als Mesue Senior. Hij leerde anatomie door het dissecteren van dieren en was lijfarts van de kalief van Baghdad, stad waar hij ook directeur was van het hospitaal.
900

De Galenische pols werd gewijzigd en buitengewoon verbeterd door Al Razi (865-925), die meer dan 180 boeken en artikels publiceerde. Hij wordt algemeen aanvaard als de vader van de pediatrie, maar deed ook baanbrekend werk als neurochirurg en oftalmoloog. Hij formuleerde als eerste de pokken ziekte en het allergisch astma.
1000

Avicenna (980-1037) of Ibn Sina definieerde en benoemde 50 verschillende soorten pols. De openingspassage van zijn epos 'Canon' luidde als volgt: "Geneeskunde is de wetenschap waarbij de rangschikking van het menselijk lichaam gekend is zodat eender wat onnodig is erdoor verwijderd of genezen wordt, met als doel dat gezondheid bewaard, of, indien afwezig, herwonnen wordt." Met betrekking tot deze opmerkelijke inspanning had de polsdiagnose een voorname kennis verschaft over de innerlijke werking van het menselijk lichaam. Ook de verandering in de kwaliteit van water en voedsel konden volgens Avicenna tot disharmonie in de lichaamsvochten leiden. Ibn Sina was de eerste die aantoonde dat het bloed het hart binnenkomt om vervolgens door het hele lichaam te worden gepompt. Hoewel de Grieken, de Joden en de Christenen het bloed als ziel van het lichaam bestempelden, zei hij: "Bloed is het vervoermiddel van de voedingstoffen en afvalstoffen." Hij was de eerste die de hoge suikerspiegel in de urine van diabetespatiënten ontdekte en ook was hij degene die uitvond om drinkwater te koken om besmettelijk ziektes te voorkomen. Hij identificeerde als eerste meningitis, maakte diagnoses voor cerebro-vasculaire accidenten door een hersenbloeding te diagnosticeren op louter klinische basis. Hij wist centrale en perifere aangezichtsverlamming van elkaar te onderscheiden. Hij paste anesthesie toe via orale en nasale weg, met sponzen die doordrenkt waren met alruin en hasisj. Hij maakte onderscheid tussen spanningshoofdpijn en migraine en tussen grand mal- en petit mal-epilepsie. Hij maakte onderscheid tussen open en gesloten schedelfracturen. 'Schedelfracturen genezen niet,' schreef hij.
