Sponsor

rdsm

Geschiedenis van de Bloeddrukmeting - Deel IV

Cushing
Harvey Cushing

In 1901, toen hij door Europa reisde, ontdekte de Amerikaanse neurochirurg Harvey Cushing (1869-1939) een nieuw soort bloeddrukmeter, de sphygmomanometer van Riva-Rocci, die gebruikt werd in het " Ospedale de S. Matteo" in het Italiaanse Pavia. Waarschijnlijk door zijn eigen recente studie over cerebrale perfusiedrukken, zag hij het potentiële voordeel ervan in en nam hij het mee naar Baltimore, waar hij het gebruik ervan aanmoedigde bij de interne artsen van het ' Johns Hopkins Hospital'. Hoewel er andere middelen bestonden voor het bepalen van de bloeddruk, trok de nieuwe bloeddruk cuff de aandacht van vroege supporters, zoals Theodore Janeway in New York City en George Crile in Cleveland. Cushing zelf werd een hevige verdediger van de cuff. Na 2 jaar ervaring in de ziekenhuisafdelingen, nam hij zich voor, om samen met zijn twee interne chirurgen, Henry Wireman Cook en John Briggs, het bredere gebruik van de cuff te promoten.

Korotkov
Nikolai Sergejevitsj Korotkov

In 1905 was Nikolai Korotkoff (1874-1920) de eerste die de geluiden beschreef voortkomende uit het toesnoeren van een arterie. Korotkoff vond dat er karakteristieke geluiden waren op bepaalde punten in het opblazen of ontluchten van de cuff. Deze Korotkoff geluiden werden veroorzaakt door de abnormale passage van bloed door de arterie, overeenkomend met de systolisch en diastolische bloeddrukken, bvb 120 mmHg en 80 mmHg. In dit voorbeeld wordt het polsgeluid eerst gehoord aan de systolische druk van 120 en verdwijnt aan een diastolische druk van 80.

Een met lucht gevulde cuff wordt rond de opperarm van de patiënt gewikkeld. De cuff wordt opgeblazen om de brachiale arterie toe te snoeren. Bij het aflaten van de cuff, wordt een stehoscoop geplaatst op de brachiale arterie van de patiënt (distaal van de cuff). De arts gebruikt de stethoscoop om naar de Korotkoff geluiden te luisteren als de cuff ontlucht. Het begin van fase I is de systolische druk. Er is enige discussie of het fase IV, fase V, of een combinatie van beide de diastolische druk vertegenwoordigt. Deze situatie is ingewikkeld door het feit dat sommige patiënten geen hoorbare fase IV geluiden hebben en bij anderen de fase V moeilijk te beoordelen is.

Een cruciaal verschil in de techniek van Korotkoff was het gebruik van een stethoscoop om te luisteren naar de geluiden van bloed dat door arteriën stroomt. Deze auscultatorische methode bewees meer betrouwbaar te zijn dan de vorige palpitatietechnieken en werd dus een standaard gebruik.
De auscultatorische techniek is gebaseerd op het vermogen van het menselijk oor om geluiden te kunnen opsporen en onderscheiden. Dit is een groot voordeel omdat het de arts toelaat de kwaliteit van iedere meting vast te stellen. Hoe dan ook zijn meetfouten mogelijk door de verschillen in gehoorscherpte van arts tot arts. Niet gekwalificeerd of onervaren personeel kan meer gevoelig zijn voor omgevingsgeluiden, of interferentie, of onsamenhangende vaststelling van Korotkoff geluiden. In een poging om de reproduceerbaarheid te verhogen, hebben sommige geautomatiseerde toestellen het menselijk oor vervangen door een microfoon.

auscultatorische sphygmomanometer

Moderne ontwikkelingen leidden tot accuratere auscultatorische sphygmomanometers en nieuwere oscilliometrische modellen. Deze sphygmomanometers meten de druk overgebracht op de cuff door de door het turbulente spuiten van het bloed door de toegesnoerde arterie over een reeks van cuff drukken. Deze gegevens worden gebruikt om de systolische en diastolische bloeddrukken te bepalen.

Deze toestellen gebruiken geluidgebaseerde algoritmen om de SBP en DBP te bepalen. Door een microfoon te gebruiken ontbreekt bij deze toestellen de mogelijkheid tot validatie. Behalve de gevoeligheid voor geluidsartefacten, kunnen deze geluidsafhankelijke algoritmen bepaalde condities van de patiënt, zoals hypotensie (= lage bloeddruk), niet voldoende compenseren, waarbij de Korotkoff geluiden kunnen gedempd worden. Om de geautomatiseerde meting meer betrouwbaar te maken werden oscillometrische toestellen ontwikkeld.

De term "oscillometrisch" refereert naar iedere meting van oscillaties (=trillingen), veroorzaakt door de arteriële polsdruk. Deze oscillaties zijn het directe resultaat van het koppelen van de occlusieve cuff aan de arterie. Deze methode laat de bloeddrukmeting toe bij critical care en intensive care (ICU) patiënten met gedempte Korotkoff geluiden. Deze toestellen gebruiken geen microfoons. Daarom zijn de plaatsing van de cuff en externe geluiden geen belangrijke problemen. Deze toestellen zijn gevoelig voor bewegingen van de patiënt en laten geen meetvalidaties toe. Hieronder ziet u een golfvorm voorbeeld bij gebruik van de oscillometrische methode:

oscillatie

Anders dan bij auscultatorische technieken, die de systolische en diastolische meten maar de gemiddelde arteriële druk schatten, meten de oscillometrische toestellen de gemiddelde druk maar schatten ze de systolische en diastolische druk. Een met lucht gevulde cuff is gewikkeld rond de bovenarm van de patiënt. De cuff wordt opgeblazen om de brachiale arterie toe te snoeren. Als de cuff ontlucht wordt, worden drukgegevens opgenomen door het toestel. In de tijd lijken deze drukgegevens op een golfvorm, zoals hierboven. Het punt van de maximale amplitude wordt beschouwd als de gemiddelde artyeriële druk. Systolische en diastolische druk worden geschat vanuit de gemiddelde arteriële druk (MAP). Daarom kan een verkeerde bepaling van MAP onjuiste waarden van systolische en diastolische druk geven.


<< Deel 3Deel 5 >>