Geschiedenis van de Bloeddrukmeting - Deel III
In 1855 al stelde Karl Vierordt (1818-1884) dat het noodzakelijk was om een directe en niet invasieve methode te vinden voor het meten van de arteriële pols. Hij ontwikkelde dan ook technieken en hulpmiddelen voor de monitoring van de bloedcirculatie. De "hemotachometer" is o.a. van zijn hand, een toestel waarmee hij de velociteit van het bloed mat. In 1854 ontwikkelde hij een sphygmograaf, een toestel dat bestond uit gewichten en hefbomen voor het meten van de bloeddruk. Dit toestel wordt beschouwd als de voorloper van de sphygmomanometer.
De sphygmograaf van Vierordt
Het gemis aan een niet-invasieve methode om deze nieuwe gedachte van bloeddruk te bepalen leidde ertoe dat vele artsen in dit domein gingen werken. Eén van die mannen, Karl Vierordt, vond in 1855 dat met voldoende druk de arteriële pols kon uitgeschakeld worden. Vierordt gebruikte een opblaasbare band rond de arm om de arterie toe te snoeren.
In 1863 verbeterde de Franse fysioloog Etienne-Jules Marey (1830-1904) de hemotachometer van Vierordt door hem draagbaar te maken. Hij gebruikte eveneens een toestel dat boven de radiale arterie gebruikt werd dat in staat was om de polsgolven te versterken en ze op papier te noteren met een aangehechte pen.

Marey en zijn sphygmograaf
Mary was naast arts ook cineast en hij werkte zijn idee verder uit in 1860. Zijn sphygmograaf kon accuraat de polsslag meten, maar was zeer onbetrouwbaar in het bepalen van de bloeddruk. En toch was deze ontwikkeling de eerste die klinisch kon gebruikt worden, en dat werd als een klein succes beschouwd.
F.A. Mahomed en zijn toestel0
F. A. Mahomed voegde een drukkeuze toe aan de shpygmograaf van Marey zodat de druk op de brachiale arterie makkelijk kon aangepast worden om optimale en reproduceerbare metingen te krijgen.
Samuel von Basch (1837-1905) was een Joods, Tjechisch-Oostenrijks geneesheer die eigenlijk het meest bekend werd als persoonlijke arts van keizer Maximiliaan van Mexico.
Samuel Siegfried Karl von Basch en zijn sphygmomanometer
In 1881 vond von Basch de sphygmomanometer uit. Zijn toestel bestond uit een met water gevulde zak die aan een manometer gekoppeld was. De manometer werd gebruikt om de druk te bepalen die nodig was om de arteriële pols toe te snoeren. Directe bloeddrukmeting door catheterisatie bevestigde dat het ontwerp van von Basch een niet-invasieve meetmetode van de bloeddruk zou mogelijk maken. Men voelde de pols op de huid net boven de arterie om te bepalen wanneer de arteriële pols verdween.
Nochtans kende het ontwerp van von Basch nooit een enthousiaste opvolging, veel artsen uit die tijd stonden sceptisch tegenover de nieuwe technologie, waarbij ze beweerden dat het toestel poogde de traditionele diagnose ideeën te vervangen. Bovendien betwijfelden velen het medisch nut van bloeddrukinformatie. Dit weerhield sommigen niet om te trachten een meer bruikbaar toestel te produceren. Een op springveer gebaseerde sphygmomanometer kreeg enige ondersteuning, maar ze waren moeilijk te calibreren en waren onbetrouwbaar wanneer men te doen had met acuut zieke patiënten.
Sphygmomanometer van von Basch 1881
Pierre Carl Edouard Potain
De systolische druk kon redelijk goed bepaald worden door het voelen van de pols Om juister te meten had men een hoortoestel nodig, de stethoscoop. De eerste stethoscoop was simpel een buis gemaakt van stijf opgerold papier, in 1816 ontwierp de Franse arts René Théophile Hyacinthe Laënnec een houten cylinder met een oorstuk. Nog later kreeg de stethoscoop langzaam het uitzicht van de huidige modellen: namelijk met de rubberen buizen.
De Franse cardioloog Pierre Potain (1825-1901) begroette de sphygmomanometer van von Basch heel enthousiast en verbeterde hem in 1899 tot een toestel dat op klinische gebied kon gebruikt worden. In plaats van water plaatste hij lucht in de armband en hechtte daaraan een aneroïde barometer.
De Italiaanse internist en kinderarts Scipione Riva-Rocci (1863-1937) ontwikkelde in 1896 de kwik sphygmomanometer. Dit ontwerp was het prototype van de moderne kwik sphygmomanometer. Een opblaasbare cuff werd op de opperarm geplaatst om de brachiale arterie toe te snoeren. Deze cuff was aan een glazen manometer gekoppeld, die gevuld was met kwik om de op de opperam uitgeoefende druk te meten. De aanduiding RR voor bloeddrukmeting staat voor Riva-Rocci.
De kwik sphygmomanometer van Riva-Ricci was een fundamentele contributie voor bloeddrukmeting. Hij was gebruiksvriendelijk en gaf voldoende betrouwbare resultaten.
Deze sphygmomanometer kon echter alleen gebruikt worden voor het bepalen van de systolische bloeddruk. Het observeren van het verdwijnen van de pols via palpitatie liet de arts enkel toe het moment te observeren wanneer de arterie volledig dichtgesnoerd was.
Scipione Riva-Rocci en zijn sphygmomanometer
Eén van de problemen van de uitvinding van Riva-Ricci was de cuff, die veel te smal was. Friedrich von Recklinghausen (1833-1910) herkende deze fout en verbreedde de cuff van 5 naar 13 cm.
Friedrich Daniel von Recklinghausen
