Sponsor

rdsm

Geschiedenis van de Bloeddrukmeting - Deel II

Bloeddrukmetingen

Stephen Hales
Stephen Hales

Eens de circulaire beweging van het bloed in een gesloten systeem begrepen werd, betoonden onderzoekers interesse om de omvang van dit systeem te bestuderen. De pols werd aan de hartslag gekoppeld, het totale bloedvolume kon door observatie bepaald worden. Het meten van de bloeddruk was ingewikkelder. De eerst genoteerde meting gebeurde niet door een arts, maar door een priester, Stephen Hales (1677–1761) , die in wetenschap en fysiologie geïnteresseerd was. In 1733 stak hij een lange, holle, koperen buis in de nekarterie van een paard. Hij was verbaasd dat het bloed in de buis steeg tot een hoogte van negen voet! Deze ruwe drukmeting werd later meer bruikbaar door de bloeddruk in een kwikkolom te verplaatsen.

Kwik is ongeveer 13.6 keer zwaarder dan bloed of water. Zelfs moderne bloeddrukmeters, sphygmomanometers die een luchtdruksysteem gebruiken (aneroïde manometers) noteren de bloeddruk nog steeds in "millimeters kwik". Dit refereert naar de hoogte van de kwikkolom die door de druk in evenwicht kon gehouden worden. "Millimeters kwik" wordt dikwijls afgekort tot mmHg., gezien "Hg" het chemisch symbool is voor kwik. De negen voet kolom bloed die Stephen Hales observeerde is het equivalent van 2.743,2 millimeters. Gezien kwik 13,6 keer zwaarder is dan bloed of water, was de bloeddruk van het paard in moderne terminologie rond de 202 mmHg.

Op dat ogenblik was de techniek invasief en hoogst ongeschikt voor klinisch gebruik. Deze chirurgische procedure was immers gevaarlijk voor de patiënt, gezien het risico van besmetting en ernstig bloedverlies. Zelfs vandaag nog worden invasieve catherisatie procedures zelden gebruik om enkel de bloeddruk te meten. Niet-invasieve (dwz niet-chirurgische) methoden bieden een hogere graad van betrouwbaarheid voor de veiligheid, het comfort en het welbehagen van de patiënt.

expirement van Hales
Het expirement van Hales

De Parijse arts Jean Poiseuille (1799-1869), die zich voor de karakteristieken van de bloedflow interesseerde, verbeterde de manometer van Hales door er en glazen buis gevuld met kwik aan toe te voegen. Daarmee was de kwikmanometer geboren, die hij haemodynamometer noemde. Het was Poiseuille die voorstelde om de bloedruk te meten in mmHg. Poiseuille bewees ook dat de arteriële bloeddruk verminderde tijdens de inademing en verhoogde bij uitademing. Bij zijn studie van het bloed kwam hij in 1844 op de Wet van Hagen-Poiseuille.

Poiseuille hemodynamometer
Poiseuille en zijn Hemodynamometer
Johannes Peter Müller
Johannes Peter Müller

Johannes Peter Müller (1801-1858), één van de meest gerenomeerde fysiologen uit de 19de eeuw, bevestigde dat de ontdekking van de bloeddruk veel belangrijker was dan de ontdekking van het bloed.

Een eerste poging om de arteriële pols numeriek te bepalen via niet invasieve manier gebeurde in 1834 door de Franse arts Jules Hérrison en de ingenieur P. Gernier. Ze gebruikten hiervoor een toestel dat op een termometer geleek, uitgerust met een kwikreservoir en een in millimeter gegradueerde buis.

In 1847 koppelde de Duitse arts en fysioloog Carl Ludwig (1816-1895) een kymograaf aan de uitvinding van Poiseuille. Die bestond uit een U-vormige manometerbuis gekoppeld aan een koperen buiscanule binnen de arterie.

De manometerbuis had een ivoren schoep waaraan een staaf met een veer bevestigd was. Deze veer tekende op een roterende trommel, vandaar de naam ''kymograaf": "golfschrijver" in het Grieks. De bloeddruk kon hoe dan ook alleen invasief gemeten worden.

Carl Ludwig kymograaf
Carl Ludwig en zijn kymograaf

<< Deel 1Deel 3 >>