Sponsor

rdsm

Geschiedenis van de Bloeddrukmeting - Deel I

De Griekse arts Claudius Galenus (129-216) was de eerste die het bestaan van bloed in het menselijk lichaam rapporteerde. Gebaseerd op ideeën bedacht door Hippocrates van Kos (460-370 vC) was het lichaam volgens hem opgebouwd uit drie delen. De hersenen en de zenuwen waren verantwoordelijk voor gevoel en denken. Het bloed werd voortdurend aangemaakt in het hart en de arteriën vulden het lichaam met leven gevende energie. Hij dacht ook dat de lever en de venen het lichaam voedsel en groei leverden. Galenus definieerde veneus (donker rood) en arterieel bloed (lichter en dunner) met aparte en verschillende functies. Hij dacht dat het veneuze bloed in de lever werd aangemaakt en arterieel bloed in het hart. Het bloed stroomde volgens hem uit deze organen naar alle delen van het lichaam waar het geconsumeerd werd.

galenus galenus_concept
Clausius Galenus en Diagram van zijn concept

Rond 1555 mat Joseph Struthius (1510-1568) als eerste die de arteriële druk, door gewichten op de pols te leggen.

Slechts in 1616 kondigde William Harvey (1578-1657) aan dat Galenus fout was in zijn bewering dat het hart constant bloed produceert. Hij stelde integendeel dat er een beperkte hoeveelheid bloed was, die in één enkele richting door het lichaam circuleerde. Maar Harvey's ideeën botsten eerst op heel wat weerstand en scepticisme. Het idee dat bloed niet continu in het lichaam geproduceerd werd deed twijfels rijzen over het voordeel van aderlatingen, in die tijd een populaire medische praktijk. Harvey was niet de enige maar zeker niet de eerste om de ideeën van Galenus in vraag te stellen. De Egyptenaren wisten al dat bloed door het lichaam vloeit en gebruikten bloedzuigers om, wat zij de bloedcorridors noemden, vrij te maken.

William Harvey De motu cordis
Links: William Harvey
Rechts: Een illustratie van William Harvey uit "De motu cordis" (1628). Figuur 1 toont gezwollen venen in de voorarm en de positiie van de kleppen. Figuur 2 toont aan dat indien een vene centraal gemolken wordt en het perifere uiteinde samengedrukt, deze niet opnieuw gevuld wordt voordat de vinger wordt losgelaten. Figuur 3 toont dat bloed niet in de verkeerde richting kan gedwongen worden.

Deel 2 >>