Geschiedenis van de weegschaal en van obesitas
Het begin
De allereerste weegschaal was eigenlijk de menselijke hand, waarop het te wegen goed werd gelegd dat dan beoordeeld werd. Het nu van de weegschaal in de Geneeskunde werd door de eeuwen heen ook al becommentarieerd, obesitas is van alle tijden.
20.000 v.C.
Meest bekende voorbeeld van obesitas is de 'Venus van Willendorf ', een 11-centimeter groot beeldje dat in Oostenrijk gevonden werd. Het vertoont een abdominale obesitas en hangende borsten.
5.000 v.C.
De Babyloniërs en de Egyptenaren gebruikten echte weegschalen, eenvoudige gelijkarmige balansen met onder hangende schalen. Het te wegen goed werd op een schaal gelegd en vergeleken met de gewichten op de andere schaal. Vooral de Babyloniërs hadden een goed georganiseerd maten- en gewichtensysteem. Hun priesters bewaarden de normstandaarden voor gewichten en vergeleken deze gewichten regelmatig met gewichten die voor de verkoop werden gebruikt. De eerste weegschaal was waarschijnlijk afgeleid van het juk, men had namelijk ontdekt dat twee gelijke massa's in balans bleven als ze aan een balk werden opgehangen die in het midden ondersteund werd.
4.500 v.C.
De Grieken en de Hebreeuwers werkten met doelgerichte ijkingen. Er werden geschriften gevonden waarbij verkopen werden genoteerd op basis van gewichten met een nauwkeurigheid van minder dan 1 gram. In Mesopotamië gebruikte men balansen bestaande uit rechte stukken hout, in het midden opgehangen met een koord. Aan de uiteinden van de houten stok werden gaten geboord, waardoor koorden werden geleid met onderaan schalen.
3.400 v.C.
De ‘pek’, ongeveer 0,71 gram, was in Egypte de kleinste gewichtseenheid ter grootte van 0,71 gram, in Athene werd 1000 jaar later zelfs gewogen en een minimum eenheid 0,05 gram.
2.400 v.C.
In de Indus vallei werden de eerste echte weegschalen gevonden. Gelijkmatige, gepolijste stenen blokjes werden waarschijnlijk als gewichten gebruikt. Hoewel de blokjes geen markeringen droegen, was hun gewicht het veelvoud van een gemeenschappelijke noemer. De blokjes bestonden uit verschillende steensoorten van verschillende dichtheid.
1.878 v.C.
In Egypte werden weegschalen gevonden met stenen bekrast met tekens die hun gewicht aanduidden en het Egyptische hiëroglief symbool voor goud, wat aanduidde dat Egyptische kooplui een vastgelegd weegsysteem gebruikten voor het catalogeren van goud.
De vroegste afbeelding van een weegschaal is waarschijnlijk de Egyptische voorstelling van het wegen van de ziel van de doden tegenover een standaard van goddelijke waarheid. Dit werd ontdekt in een van de vroegste religieuze boeken, het Egyptische boek van de dood. De Egyptische balans overleefde de eeuwen tot aan de moderne tijden, en werd gedurende meer dan 3.000 jaar niet verbeterd. Ze bestond uit een balk met aan de uiteinden kabels, een kleine inkerving zorgde ervoor dat de balans altijd in evenwicht was. De oude Egyptenaren beschouwden obesitas als een ziekte.
Oude Egyptische reliëfs tonen af en toe zwaarlijvige mensen, zoals een kok in Ankh-ma-Hor's graf (Zesde Dynastie, 2340-2180 v. C.) en een dikke man in Mereruka's graf (foto hierboven), genietend van het voedsel dat zijn magere knecht hem opdiende. Reconstructies van de huidplooien van koninklijke mummies wijzen erop dat sommige echt vet waren, zoals koningin Hatsjepsoet (1479-1458 v.C.) en Koning Ramses III (1194-1164 v.C.).

De prachtige gravure hierboven is het duidelijkste bewijs dat de oude Egyptenaren reeds met een gelijkarmige balans en gewichten werkten.
860 v.C.

In Scales and Weights, een boek van Bruno Kisch (1890-1966), werd de foto van een Assyrisch reliëf gepubliceerd van Koning Ashurnasirpal II (884-859 v. C.), die een balans met gelijke armen gebruikte.
750 v.C.
De Indische chirurg Sushruta (800v.C.-?) relateerde obesitas reeds aan diabetes en hartproblemen, hij raadde fysieke arbeid aan om dit alles te voorkomen.
560 v.C.
Een bord uit klei met een afbeelding van een balans, waarschijnlijk van Spartaanse origine.
400 v.C.
Hippocrates (460-370 v.C.), de vader van de geneeskunde, wist al dat de plotse dood vaker voorkwam bij zwaarlijvige mannen dan bij magere, wat hij trouwens vermeldde in zijn geschriften: "Corpulentie is niet alleen zelf een ziekte zelf, maar ook de voorbode van andere". Griekse artsen, meestal leerlingen van Hippocrates merkten ook op dat obesitas bij vrouwen een oorzaak was van onregelmatige menstruaties en van onvruchtbaarheid.
400 v.C.
Steelyard, een Griekse apparaat, verbeterde de eenvoudige weegschalen door toevoeging van een glijdende gewicht om de precisie te verbeteren. De eerste waargenomen weegtoestel dat afweek van de gekende balans verscheen in 400 v.C. en werd bekend als de Bismar. Het bestond uit een houten staaf met op het eind een groot gewicht. Aan de andere zijde was een haak om goederen te wegen. De gebruiker schoof een touw of metalen lus over de stang tot die in evenwicht bleef. Het juiste gewicht kon op een reeks inkepingen afgelezen worden. Het toestel was niet fel nauwkeurig.
300 v.C.

Aristoteles (384-322 v.C.) veroordeelde de Bismar als een instrument van bedrog, maar toch verspreidde het zich wereldwijd onder verschillende namen. De Noormannen noemden het de Auncel, in Rusland was het de Bezmen, in India en in het Verre Oosten noemde men het de Dhari.

De Griekse wiskundige Archimedes (287-212 v.C.) documenteerde de onderliggende relatie tussen kracht, lading en afstand vanaf het draaipunt. De wet van Archimedes over hefbomen, overleeft in de wet van evenwicht: “inspanning vermenigvuldigd met de lengte van de inspanning arm is gelijk aan de belasting vermenigvuldigd met de lengte van de belastingarm, waarbij de inspanningsarm gelijk is aan de afstand van draaipunt tot het punt van de toegepaste inspanning en waarbij de belastingarm gelijk is aan de afstand van het draaipunt tot het midden van het laadgewicht."

"Geef me een hefboom die lang genoeg is en een plaats om op te staan en ik zal de wereld verplaatsen." Archimedes 230 v.C.
200 v.C.

De Romeinen vonden hun Steelyard uit in 200 v.C, het bestond uit een ijzeren balk met een glijdend gewicht om een tegengewicht te vormen aan de lading en werd meestal gemaakt van brons. Vele instrumenten waren bijzonder attractief, met het tegengewicht in de vorm van hoofden van goden, mannen, vrouwen of dieren. De Steelyard was een goedkoop, compact en nauwkeurig instrument. Het Romeinse principe wordt nog steeds gebruikt voor de steelyards gemonteerd op moderne mechanische platform weegschalen. De Romeinen en de Grieken gebruikten tarwezaad als gewichtseenheid om andere zaken te wegen. Een hoeveelheid x van een product was gelijk aan een graanhoeveelheid x om de balans in evenwicht te houden. De Arabieren verbeterden deze techniek en bepaalden gewichtsstandaarden voor goud, zilver en edelstenen. De Grieken en de Romeinen gebruikten balansen geslagen uit metaal, meestal brons, met ring-en-gat pivot, een systeem dat hen minder nauwkeurig maakte dan de betere Egyptische balansen, omwille van de neiging van de ring om rond te draaien in het gat.
