Sponsor

rdsm

Cardiologisch Onderzoek 1935-1936

1935

S. McGinn en P.D. White beschreven de veranderingen aan het elektrocardiogram tijdens een acute pulmonale embolie met inbegrip van het S1 Q3 T3 patroon.

McGinn S, White PD. Acute cor pulmonale resulting from pulmonary embolism: its klinische recognition. JAMA 1935;114:1473.

1935

image001_15_png.jpg

Dr. Louis Gallavardin (1875-1957) publiceerde 360 werken over cardiologie, waaronder 'les angines de poitrine'.

1935

image002_14_png.jpg

Simpli-Troll van Cambridge Instruments Co.

1935

image003_16_png.jpg

Becklee Electrocardiograaf

1936
 
image002_38.jpg

Maud Abbott (1869-1940), één van de eerste Canadese vrouwen die een doktersdiploma behaalde, werd beschouwd als een expert op het vlak van congenitale hartziekten. In 1936 publiceerde ze 'The Atlas of Congenital Cardiac Diseases', waarin ze meer dan 1.000 gevallen rapporteerde en daardoor een enorme bijdrage leverde voor de  moderne studie van hartchirurgie.

1936

De Duitse internist Fritz Makiri Schellong (1891-1953) introduceerde in 1936 de vectocardiografie. Schellong ontdekte ook de orthostatische hypotensie. Tussen 1922 en 1927 hield hij zich bezig met experimenten over cardiale actiestromen en ECG. Daarna volgde drie jaar intensief onderzoek over het suiker metabolisme, de cardiale geleidingsstoringen en de bloeddrukregulatie. In 1931 spitste zijn onderzoek zich toe op de problematiek van de circulatieregulatie. Op het vlak van ECG genoten de ritmestoornissen zijn aandacht en later het QRS-complex. Hij is de uitvinder van de Schellong-test, een functietest voor problemen in de circulatieregeling, waarbij de bloeddruk en de pols eerst vijf à tien minuten al liggend gemeten wordt, daarna al staande.

1936
image004_29.jpg

Een knap staaltje techniek, deze aneroïde Dr Frossard Pulsometer.

1936
 
image006_20.jpg

Carl J. Wiggers (1883-1963), een eminente Amerikaanse cardiovasculair fysioloog, was ervan overtuigd dat een zuivere oxigenatie van het hart essentieel was voor een succesvolle defibrillatie en gebruikte open borst compressie van de ventrikels om dit te bereiken.

image008_18.jpg

Het Wiggers diagram wordt naar hem genoemd, een standaard diagram dat gebruikt wordt in de cardiale fysiologie. Op de x-as wordt de tijd uitgezet, terwijl de y-as de volgende parameters op één enkel rooster bevat : bloeddruk, met aorta-, ventriculaire en atriale druk, het ventriculair volume, het ECG en optioneel de arteriële flow en de hartgeluiden. Door de gecoördineerde verschillen van deze parameters te illustreren wordt het makkelijker de relatie tussen deze waarden te illustreren in de cardiale cyclus, zoals hieronder afgebeeld.

image010_16.jpg
 
1936
image012_12.jpg

Otto Loewi (1873-1961) was een Duits-Amerikaans farmacoloog en fysioloog, die adrenaline als nerveuse systeemtransmitter identificeerde en noradrenaline als de belangrijkste neurotransmitter. Dit leverde hem in 1936, samen met Sir Henry Dale (1875-1968), de Nobelprijs voor Geneeskunde op.
Voor Loewi's experimenten was het niet duidelijk of de signalisatie over de synaps bio elektrisch of chemisch was. Loewi's beroemdste experiment, gepubliceerd in 1921, beantwoordde grotendeels deze vraag. Volgens Loewi kwam het idee voor het experiment in zijn slaap. Hij ontleedde twee kloppende kikkerharten: een met de Nervus vagus die de hartslag controleert er nog aan vast, het andere zonder. Beide harten werden in een zoutoplossing geplaatst (Ringer's solution). Door de Nervus vagus elektrisch te stimuleren kon Loewi het eerste hart langzamer laten kloppen. Hierna nam Loewi wat van de zoutoplossing van het eerste hart en diende dit toe aan het tweede. De toediening van de vloeistof deed ook het tweede hart langzamer kloppen, en bewees dat een chemische stof uitgescheiden door de Nervus vagus de hartslag controleerde. Hij noemde deze onbekende stof Vagusstoff. Later bleek het acetylcholine te zijn.
Loewi's onderzoeken "On an augmentation of adrenaline release by cocaine" en "On the connection between digitalis and the action of calcium" werden decennia later nog bestudeerd.
Hij verhelderde ook twee mechanismen van hoog therapeutisch belang: de blokkering en vermeerdering van de zenuwactiviteit door medicijnen.
Loewi studeerde in 1896 af in Straatsburg, toen nog een deel van Duitsland. Na een reeks overlijdens aan ongeneeslijke ziekten zoals tuberculose en longontsteking besloot hij het klinisch werk op te geven en zich  op farmacologische onderzoek te richten. Vanaf 1898 bracht hij veel tijd in Oostenrijk door, waar hij het metabolisme bestudeerde. Loewi onderzocht hoe vitale organen reageerden op chemische en elektrische stimulatie. Hij stelde ook hun afhankelijkheid van adrenaline vast. Zodoende leerde hij hoe het actiepotentiaal door chemische stoffen wordt overgedragen. De eerste neurotransmitter die hij identificeerde was acetylcholine.
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Loewi uit Oostenrijk en in 1940 verhuisde hij naar de Verenigde Staten, waar hij onderzoekshoogleraar werd aan de New York University. Hij bleef er voor de rest van zijn leven.

1936

In 1897 ontdekte de Zweedse fysioloog  Robert Tigerstedt (1853-1923) dat extracten van normale nieren een hypertensie producerende actie hadden. Harrison, Blalock & Mason en Prinzmetal & Friedman maakten in 1936 een vergelijkende studie over de activiteit van normale nieren en de extracten van ischemische nieren. Als extracten van normale nieren van honden intraveneus bij honden werden ingespoten, produceerden ze een initiële daling van de arteriële bloeddruk gevolgd door een graduele en verlengde verhoging die 10 tot 30 minuten aanhield. Extracten van ischemische nieren produceerden gewoonlijk minder initiële daling en een grotere secundaire toename dan die van de normale nier.


<< 19341937 >>