Sponsor

rdsm

Cardiologisch Onderzoek 1925-1929

1925

In 1925 functioneerden in de Verenigde Staten 450 snaargalvanometers, alle gefabriceerd door de Amerikaanse Cambridge Company. De klinische elektrocardiografie had zich daar verder ontwikkeld dan in Europa, waar in die tijd slechts enkele elektrocardiografen in gebruik waren, voornamelijk in fysiologische laboratoria.

1925

image001_13.png
 
ECG, Cambridge-Hindle Model 3

1925

 image002_11.png

Cardiograaf van Boulitte bestaande uit horlogebeweging met chronograaf, 1 oscillografische inktcapsule met radiale cuff en blaasbalg, 2 trommelschrijvers op inkt, 1 onderzoeker van jugulaire, 1 cardiograaf en 1 papierrol.

1925

 image003_13.png

 Victor ECG

1925

image004_10.png
  Draagbare String electrocardiograaf van G. Boulitte

1927

image006_10.png
 ECG van Cambridge Instrument Company

1927

Voor het eerst werden standaarden vastgesteld voor het fabriceren van bloeddrukmonitors.

1928

image007_8.png

Tijdens de Olympische Spelen van Amsterdam werden er voor het eerst medische onderzoeken uitgevoerd. Prof. Dr. Frederik Jacobus Johannes Buytendijk (1887-1974) had er de leiding over en maakte een verkort rapport over de resultaten 'Short report regarding the medical scientific research work during the Olympic Games'.
Dank zij het Nederlands Olympisch Comité konden er in het Olympisch Stadion enkele kamers worden vrijgemaakt voor medische onderzoeken. Het doel van die verschillende onderzoeken was een beter idee te verkrijgen over de trainingsstaat van de atleten en om nadelen te traceren die konden voottspruiten uit het beoefenen van meer veeleisende sporten.
Er gebeurden verschillende onderzoeken: anthropometrie, krachtmetingen, reactieperiode, herstel na vermoeidheid, algemeen klinisch onderzoek, radiologie van de gewrichten onderzoek van hart en circulatie, spijsvertering, bloed en secretie van urine en zweet.
Hieraan werkten heel wat befaamde onderzoekers mee: Prof. Best (Toronto), Prof. Bethe (Frankfurt), Prof. Bramwell (Manchester), Prof. Bürger (Kiel), Dr. Chailley-Bert (Parijs), Dr. Deutsch (Wenen), Prof. Dybowski (Lwow), Dr. Ellis (Manchester), Dr. Fessard (Parjis), Dr. Herxheimer (Berlijn), Dr. Heiss (Berlijn), Dr. Hoogerwerf (Leiden), Prof. Huntemüller (Giessen), Prof. Kohlrausch (Berlijn), Prof. Latarjet (Lyon), Dr. Laugier (Parijs), Dr. Marx (Würzburg), Dr. Merklen (Nancy), Prof. Schenk (Marburg), Prof. Snapper (Amsterdam), Prof. Thörner (Bonn).
De resultaten van deze onderzoeken werden gebundeld in een boek uitgegeven door Springer uit Berlijn, dat artikels bevatte van Prof. Kohlrausch (anthropometrie), Prof. Dybowski (anthropometrie), Prof. Bethe (krachtmeting), Prof. Latarjet, Dr. Laugier en Dr. Fessard (reactieperiode; herstel na vermoeidheid), Dr. Heiss (RX van de gewrichten), Dr. Herxheimer en Dr. Deutsch (952 RX -onderzoeken van het hart), Prof. Bürger (bloeddrukmetingen), Dr. Hoogerwerf (ECG's), Prof. Bramwell en Dr. Ellis (hart- en bloeddrukonderzoek), Dr. Marx (spijsvertering), Prof. Hüntermüller en Prof. Thörner (bloedonderzoek), Prof. Schenk (urine onderzoek) en Prof. Snapper (zweetuitscheiding).
De bekomen resultaten toonden aan dat er zelfs goed begeleide atleten voorzichtigheid vereist is. In sommige gevallen werden onregelmatigheden waargenomen in de hart- of de circulatiefuncties. De grootste afwijkingen werden gevonden bij de midden-afstand lopers.  Bij het RX onderzoek van de gewrichten vond Dr. Heiss anatomische onregelmatigheden vooral in die sporten die éénzijdig betwist werden, zoals boksen,kogelstoten, speerwerpen en hoogspringen.

image002_10.gif

Prof. Buytendijk bij de afname van een ECG
image004_6.gif
 Het sportfysiologisch onderzoek tijdens de OS van 1928

1928

 image009_8.jpg

 Sphygmograaf van Frank-Petter


1928

 image012_8.png

Afname van een ECG

1928

Ernstine en Levine rapporteerden het gebruik van vacuum buizen om het ECG te versterken in plaats van de mechanische versterking van de snaargalvanometer.
Ernstine AC, Levine SA. A comparison of records taken met the Einthoven string galvanomter and the amplifier-type electrocardiograaf. Am Heart J 1928;4:725-731

1928

 image013_2.jpg

 Sphygmocardiograaf van Jaquet

1928

 De firma 'Frank Sanborn' (later opgekocht door Hewlett-Packard) veranderde zijn ECG tafelmodel in het eerste draagbare toestel dat 25 kg woog en gevoed werd door een 6-volt autobatterij.

image014_8.pngimage015_8.png

Sanborn Cardiette ECG met Camera


1928

image016_8.png
In het begin van de 20e eeuw begon ook de Franse firma Boulitte met de fabricage van snaargalvanometers. In een prospectus uit 1928 werd vermeld dat 10 (snaar)elektrocardiografen  aan Nederlandse ziekenhuizen en artsen waren geleverd en 2 aan medische scholen in het voormalige Nederlands-Indië. De (snaar)elektrocardiografen van Boulitte werden in Nederland geleverd via de 'N.V. Instrumentenhandel v/h Dr.D.H.Cocheret' uit Arnhem. Er bestonden 3 uitvoeringen: een stationair tafelmodel en 2 draagbare apparaten, een groot en een kleiner type. Snaarhouders met nieuwe snaren werden vanuit Parijs per post naar Arnhem verzonden. De snaren werden gemaakt van Wollaston-draad.

1928

Feil en Seigel noteerden als eerste het belang van een cardiale stress testen; zij rapporteerden ST en T wijzigingen na oefening bij 3 patiënten met chronisch stabiele angina.

1929

Arthur Master en Oppenheimer, artsen aan het Mount Sinai Hospital in New York City, introduceerden een gestandardiseerd oefenprotocol om de functionele capaciteit en de hemodynamische respons te bepalen, maar het was pas in de jaren 1950 dat  het eerste ergospirometrie apparaat ontwikkeld werd dat voldeed aan alle wetenschappelijke vereisten.


 


<< 1922-19241930 >>