Cardiologisch onderzoek: 1910-1914
1910
Walter James (1858-1927) van de 'Columbia University' en Horatio Burt Williams (1877-1955) van het 'Cornell University Medical College' in New York publiceerden de eerste Amerikaanse review over electrocardiografie. Horatio Burt Williams was waarschijnlijk de eerste Amerikaanse klinische electrofysioloog. Hij publiceerde de eerste bijdrage over ECG in het westerse halfrond, bouwde de eerst snaargalvanometer in Amerika, bracht het eerste vectorcardiogram in beeld, ontdekte de ventriculaire kwetsbare periode, en quantificeerde als eerste de hoeveelheid van 60-Hz stroom nodig om een ventriculaire fibrillatie te produceren met aan het lichaam gehechte electroden. De review die hij samen met James publiceerde, beschreef ventriculaire hypertrofie, atriale en ventriculaire ectopics, atriale fibrillatie en ventriculaire fibrillatie. De opnames werden vanuit de ziekenzalen via kabels naar de ECG-kamer gezonden.
James WB, Williams HB. The electrocardiogram in clinical medicine. Am J Med Sci 1910;140:408-421, 644-669
1910
De Franse arts Louis-Benedict Gallavardin (1875-1957) leverde, samen met fabrikant Boulitte, een grote bijdrage in de cuff design en introduceerde eveneens de tweede cuff bij de oscillometer van Pachon, wat toeliet de perifere arteriële ziekten te bepalen.
1910
Via het Carnegie Instituut van Washington publiceerden Francis G. Benedict (1870-1957) en Thorne M. Carpenter (1878-1971) 'Respiration Calorimeters for Studying the Respiratory Exchange and Energy Transformations of Man', een prachtige beschrijving van hun labo.


Algemeen zicht van het labo. Helemaal rechts de absorptietafel en daarachter de bedcalorimeter. Vooraan de weegschaal om de absorpties te wegen. Een zwavelzuurabsorber is links van de balans opgehangen. Aan de linkerzijde is de tafel van de waarnemer, met daarachter de stoelcaloriemeter met daarboven een grote weegschaal voor het wegen van de proefpersonen. Links vooraan op de vloer is de watermeter voor het wegen van het water dat gebruikt werd om de hitte af te voeren.
1910
De Amerikaanse internist Emmanuel Libman (1872-1955) beschreef het initiële classificatieschema om 'subacute endocarditis' te includeren met klinische symptomen/tekenen, absolute diagnose vereiste een bloedcultuur. Het 'Libman-Sacks syndroom' werd naar hem genoemd: een atypische, wratachtige, niet bacteriële, klep- en murale endocarditis, eindstadium van systemische 'lupus erythematosus'. Libman die soms 20 uur per dag werkte en een uitstekende leraar was voor zijn studenten had onder zijn patiënten enkele beroemdheden: de toneel- en filmactrice Fanny Brice, schrijfster Sara Bernhardt, Nobelprijswinnaar voor literatuur Thomas Mann en wetenschapper Albert Einstein.
1910

John Bertrume Stein's sphygmometer
1910
In 1910 publiceerde E. Grafe 'Das Respirationsapparat', een beschrijving van zijn respiratoire kamer, die enkel bedoeld was voor bedlegerige patiënten. De top ervan kon gemakkelijk opgeheven worden om er een patiëntenbed onder te rollen. In 1909 had hij al zijn hoofd respiratie apparaat beschreven, een toestel dat het hoofd en de schouders van de patiënt bedekte. Beide apparaten werden geventileerd volgens het open-circuit principe. Een staal van de uitkomende lucht werd geanalyseerd op koolstofdioxide en zuurstof. In de kleine open-circuit kamer pasten de zijkanten in een waterdichting in de vloer, er was geen deur aanwezig omdat de hele kamer kon opgeheven worden voor het binnenlaten van de patiënt. De ventilatiestroom werd verzekerd door een mechanische rotatie van een natte-gas meter.
1911

Het respiratie apparaat van von Wendt
1911

Tegenhanger van de zakmethode is de wigvormige zak, ontworpen door Douglas in 1911, die transporteerbaar was en eveneens in rustexperimenten kon gebruikt worden. De voornaamste kritiek op het gebruik van rubber voor de collectie van uitgeademende lucht is zijn permeabiliteit voor koolstofdioxide. Dat werd opgelost door Mueller, die de binnenzijde van de zak bekleedde met zilverpapier en het dan vulcaniseerde.
1911
Alfred Erich Frank (1884-1957) beschreef de essentiële bloeddruk, in tegenstelling tot de nefrogene hypertonus. Het routinematig meten van de bloeddruk tijdens het spreekuur werd vanaf dan een standaardingreep en werd niet alleen bij nierpatiënten gemeten. Frank was de ontdekker van de anti-diabetes medicatie.
1911
Thomas Lewis publiceerde zijn klassiek tekstboek 'The mechansime of the heart beat' en droeg dit op aan Willem Einthoven. Hij verving zijn origineel toestel door de eerste electrocardiograaf gemaakt door de 'Cambridge Scientific Instrument Company'.

De mobiele electrocardiograaf van de 'Cambridge Instrument Company' bestond uit een Einthoven snaargalvanometer, en de opname gebeurde op een rol fotografische film die in een cylinder zat. De lichtstraal met de ECG afleidingen ging door een spleet in het witte vierkant naar de filmrol erachter. Drie sluiters (de zwarte schakelaars) sloten de lichtstraal de een na de andere af en lieten toe om drie opnames te maken op een stukje film. Gewoonlijk waren dit de standaard perifere afleidingen, en een hoogvoltage registratie kon plaatsvinden door twee of drie van de schakelaars te openen op hetzelfde ogenblik. Dit toestel behoorde toe aan Sir Thomas Lewis, één van de pioniers van de electrocardiografie. Ook hij gebruikte in Londen aanvankelijk een 'Edelmann', totdat hij in 1911 een Cambridge kreeg. Hij was de eerste bezitter van een elektrocardiograaf in de Engelssprekende wereld en had grote invloed op de ontwikkeling van de elektrocardiografie in Groot-Brittannië en daarbuiten.
1912
Einthoven sprak de 'Chelsea Clinical Society' in Londen toe en beschreef een gelijkzijdige driehoek gevormd door zijn standaardafleidingen I, II en III, later de 'driehoek van Einthoven' genoemd. Dit was de eerste referentie in een Engels artikel.
Einthoven W. The different forms of the human electrocardiogram and their signification. Lancet 1912(1):853-
1912

De Amerikaanse cardioloog James Bryan Herrick (1861-1954) beschreef als eerste hartziekten die voortkomen uit het verharden van de arteriën. Hij is de ontdekker van de 'sickel-cell anemie'. Zijn tweede ontdekking is het mechanisme van het myocard infarct. Hij stelde dat trombose in de coronaire arterieën leidt tot de symptomen en abnormaliteiten van een hartaanval. In 1918 was hij één van de eersten om electrocardiografie aan te moedigen voor de diagnose van myocard infarct.
1912
Het korte-periode apparaat ontworpen door Francis Gano Benedict (1870-1957), dat zeer uitgebreid gebruikt werd bij onderzoeken tijdens rust en oefenen die in het 'Nutrition Laboratory' van het 'Carnegie Institute' van Washington gedaan werden, is essentieel een buisciruit waarrond lucht gedreven wordt via een blazer. De proefpersoon ademde in en uit het circuit terwijl waterdamp en CO geabsorbeerd werden en de zuurtsofdeficientie gecompenseerd werd volgens het Regnault-Reiset principe.

Eén van de eerste fietsergometers door Benedict ontworpen voor zijn experimenten.
Francis Gano Benedict wordt beschouwd als één van de meest prominente onderzoekers op het vlak van respiratoir metabolisme. In 1894 studeerde hij af aan de 'Harvard University' en voltooide zijn PhD studies magna cum laude aan de 'Universiteit van Heidelberg', waar hij zijn doctoraat ontving in 1895 met de thesis "Ueber die Jodoniumbasen aus p-Bromjodbenzol". Bij zijn terugkeer in de Verenigde Staten moedigde Professor Wilbur Olin Atwater (1844-1907) hem aan fysiologie en nutritie te bestuderen. Hij werd staflid van Atwater en in een tijdspanne van 12 jaar deden ze meer dan 500 experimenten betreffende rust, oefening en dieet waarbij ze de Atwater-Rosa respiratiecalorimeter gebruikten, die later bekend werd als de Atwater-Rosa-Benedict calorimeter. Een hele reeks studies die zowel publieke als wetenschappelijke aandacht trokken betroffen de fysiologische activiteit van alcohol. Zij vonden dat alcohol energie kon leveren voor warmte en waarschijnlijk voor arbeid en dat het de lichaamsweefsels kon beschermen tegen catabolisme. De resultaten van deze studies oogstten een storm van kritiek vanwege de organisaties van geheelonthouders. In 1897 trouwde Benedict met Cornelia Golay, die als biologe was afgestudeerd. Samen deden ze verschillende onderzoeken in het 'Nutrition Laboratory' die ze ook samen publiceerden. Benedict bouwde een hele reeks calorimeters, met inbegrip van het gesloten circuit respiratietoestel en calorimeter. Het resultaat van al dit werk was dat hij in 1907 door het 'Carnegie Institute' van Washington geselecteerd werd als eerste direkteur van het 'Boston Nutrition Laboratory', waar hij verderging met de constructie van calorimeters, met inbegrip van het Benedict Apparaat dat het basale metabolisme mat. Benedict was ook betrokken bij de ontwikkeling van metabolische studies gebaseerd op leeftijd, geslacht, lengte en gewicht en werkte samen met Elliott Proctor Joslin (1869-1962) in een intensieve studie over respiratoir metabolisme in diabetes. Bij zijn bezoek aan het laboratorium van Christian Bohr in Kopenhagen in 1907, ontmoette hij August Krogh (1874-1947). In de zomer van 1908 vergezelde Benedict Krogh naar Groenland waar ze de excretie van Eskimo's bestudeerden.

In 1918 ontwikkelde Benedict samen met Professor Ernest George Ritzman (1875-1955) van de 'University of New Hampshire' in Durham een respiratiesysteem groot genoeg voor studies op vee. De onderzoeken van Benedict betroffen zowel wilde als tamme zoogdieren en varieerden van dwergmuizen van 8 gram tot olifanten van 2.000 kilo. Hij bestudeerde reptielen zoals pythons, alligators, hagedissen en schildpadden en verschillende vogelrassen. Voor heel wat van deze studies moest Benedict speciale respiratiekamers en gezichtsmaskers ontwerpen.
1912

Het 'Zuntz-Geppertscher Respiratietoestel' dat door Prof. Dr. Nathan Zuntz (1847-1920) in een rustonderzoek gebruikt werd voor zijn studie "Zur Physiologie und Hygiene der Luftfahrt" van 1912. Dank zij deze publicatie werd de luchtvaartgeneeskunde en -fysiologie een onafhankelijke onderzoeksgebied binnen de Geneeskunde en werd Zuntz de nestor van de luchtvaartgeneeskunde genoemd.
1912

Sir Joseph Barcroft (1872-1947), een Britse fysioloog, is vooral bekend omwille van zijn studies van de zuurstofvoorziening van het bloed. Nadat hij afgestudeerd was begon hij meteen aan onderzoeken over hemoglobine. In de loop van zijn onderzoeken aarzelde hij niet om zichzelf als proefpersoon te nemen. Zo verbleef hij bijvoorbeeld zeven dagen in een glazen kamer om de minimum hoeveelheid zuurstof te meten, nodig voor het overleven van het menselijk lichaam. Hij onderzocht eveneens de zuurstoffysiologie op extreme hoogten, waarvoor hij expedities organiseerde naar de top van Tenerife (1910), naar de Monte Rosa (1911) en naar de Andes in Peru (1922). Van 1925 tot 1937 hield hij de leerstoel fysiologie in Cambridge. Zijn laatste onderzoek met betrekking tot de foetale respiratie startte hij in 1933.
1913
Graham Oliver introduceerde de auscultatorische techniek in Engeland.
1913

Automatisch gecontroleerde fietsergometer uit 1913, ontworpen door Schack August Steenberg Krogh (1874-1949), die 7 jaar later de Nobelprijs voor Geneeskunde kreeg
1913

De opvouwbare kwikmanometer van Nicholson om samen te gebruiken met de 'Nicholson "Princo" Sphygmomanometer' en gefabriceerd door 'Precision Thermometer and Instrument Co' uit Philadelphia, die het toestel in 1913 patenteerden.
1913
In het 'Bellevue Hospital' van New York startte men met de gesloten circuit respiratiecaloriemeter bij bedlegerige patiënten, een ontwerp van het 'Russell Sage Institute of Pathology'.
1914
Professor Horatio Burt Williams (1877-1955) van de 'Columbia University' ontwierp het eerste in de Verenigde Staten gefabriceerde ECG toestel, nadat hij het labo van Einthoven bezocht had en de plannen ervan meekreeg.
Charles F. Hindle, een werktuigkundige aan de 'Columbia University' bouwde het in 1914.
1914
Dr. Paul Dudley White (1886-1973) plaatste als eerste cardioloog een ECG toestel in het 'Massachusetts General Hospital', waarmee hij zo maar liefst 27.000 ECG opnam en waarvan hij de resultaten publiceerde. Zijn meest bekende boek uit een reeks van twaalf is 'Heart Disease', het werd voor het eerst in 1931 gepubliceerd en is een klassieker in zijn domein. Zijn interesse voor de electrofysiologie bracht hem in contact met Dr. Louis Wolff (1898-1972) en Dr. John Parkinson (1885-1976) en samen beschreven ze het 'Wolff-Parkinson-White syndroom', een toestand van ongecontroleerde snelle hartslagen. In 1935 beschreef hij de electrocardiografische veranderingen bij pulmonair embolisme.
1914
In Helsinki doen Becker & Hamalainen observaties over de dagelijkse energie output bij personen met verschillende beroepen. Ze gebruikten hiervoor de respiratiekamer van 80m³ gebouwd door Zuntz.
1914
