Sponsor

rdsm

Cardiologisch onderzoek: 1905-1909

1905

image002_7.gif

In de Verenigde Staten ontstond er een discussie over het nut van de sfygmomanometer en het meten van de bloeddruk. Dr. Root van de verzekeringsfirma 'Aetna' en Dr. Porter van de 'Mutual of New York' waren erbij betrokken, maar de leider in bloeddrukonderzoek was Dr. John Fisher van de 'Northwestern Mutual', die reeds meerder jaren rapporteerde over aan bloeddruk gebonden mortaliteit. Eerder was er al heel wat discussie geweest, niet alleen over de methode om bloeddruk te meten, maar vooral over de waarde van de diastolische metingen. Op dat gebied leverde Dr. Oscar H. Rogers (foto) een opmerkelijk bijdrage door het uitvinden van een aneroïde sfygmomanometer met cuff. Hieruit ontstond later de 'Tycos sfygmomanometer'. Dr. Fisher van zijn kant ging verder met het jaarlijks rapporteren van mortaliteit als gevolg van bloeddruk en raadde aan de bloeddruk ook te meten bij personen onder de 40 jaar. In 1918 werd de bloeddrukmeting een standaard onderdeel van de onderzoeken van alle verzekeringsfirma's.

image002_7_png.jpg

Hierboven de door de firma's gebruikte bloeddrukmeter, met een armband uit katoen in de Navy kleuren en de zwarte rubberen buizen met een aangehecht koperen meettoestel.

1905

image003_9_png.jpg
Korotkov.jpg

De Russische vaatchirurg Nikolai Sergeyevich Korotkov of Korotkoff (1874-1920), hoofd van het 'Metsjnikov ziekenhuis' in Sint-Petersburg, beschreef als eerste de geluiden voortkomend uit het toesnoeren van een arterie. Hij noteerde dat er bij het opblazen of ontluchten van de cuff, op bepaalde punten karakteristieke geluiden hoorbaar waren. Deze Korotkoff geluiden werden veroorzaakt door de abnormale passage van bloed in de arterie en kwamen overeen met de systolische en diastolische bloeddruk, bvb 120 mmHg en 80 mmHg. In dit voorbeeld wordt het polsgeluid eerst gehoord aan een systolische druk van 120 en verdwijnt het bij een diastolische druk van 80.

image004_21.jpgBl

Bloeddrukmeter ontworpen door Korotkow

Een met lucht gevulde cuff werd rond de opperarm van de patiënt gewikkeld en opgeblazen voor het toesnoeren van de brachiale arterie. Bij het ontluchten van de cuff werd een stethoscoop op de brachiale arterie van de patiënt geplaatst, distaal van de cuff, om de Korotkoff geluiden te beluisteren. Het begin van fase I was de systolische druk. Er was enige discussie of fase IV, fase V, of een combinatie van beide de diastolische druk vertegenwoordigde. Deze situatie was ingewikkeld omdat sommige patiënten geen hoorbare fase IV geluiden hebben en bij anderen de fase V moeilijk te beoordelen is.
De term 'oscillometrisch' refereert naar iedere meting van oscillaties (= trillingen), veroorzaakt door de arteriële polsdruk. Deze oscillaties zijn de directe resultaten van het koppelen van de occlusieve cuff aan de arterie. Hieronder ziet u een golfvormvoorbeeld bij gebruik van de oscillometrische methode:

image005_2.jpg

Anders dan bij auscultatorische technieken, die de systolische en diastolische meten maar de gemiddelde arteriële druk schatten, meten de oscillometrische toestellen de gemiddelde druk (MAP) maar schatten ze de systolische en diastolische druk. In de loop van de tijd lijken deze drukgegevens op een golfvorm, zoals hierboven. Het punt van de maximale amplitude wordt beschouwd als de gemiddelde arteriële druk.

1905

Dokter John Hay (1873-1959), cardioloog in Liverpool, publiceerde een case rapport van 'type II tweede graads atrio-ventriculaire block' waarbij hij zijn bevindingen moest documenteren zonder het voordeel van electrocardiografie. Hij gebruikte simultane tracées van de radiale arterie en de jugulaire veneuze puls. Meteen de eerste demonstratie van wat nu 'Mobitz type II AV block' genoemd wordt. J. Hay. Bradycardia and cardiac arrhythmia produced by depression of certain of the functions of the heart. The Lancet 1906, 1: 139-143.

1905

image006_6_png.jpg
image006_6_png.jpg

Einthoven startte met het verzenden van elektrocardiograms via telefoonkabel vanuit het hospitaal naar zijn labo, 1.5 km verder. Op 22 maart 1905 werd het eerste 'telecardiogram' opgenomen bij een gezonde sterke man en de lange R-golven werden toegeschreven aan het feit dat hij voor de opname van het  hospitaal naar het labo had moeten fietsen. Eén jaartje later publiceerde Einthoven de eerste georganiseerde presentatie van normale en abnormale elektrocardiogrammen, opgenomen met een snaargalvanometer. Linker en rechter ventriculaire hypertrofie, linker en rechter atriale hypertrofie, de U golf (voor de eerste keer), notching van de QRS, ventriculaire premature beats, ventriculaire bigeminie, atriale flutter en complete hartblock worden alle beschreven.
Einthoven W. Le telecardiogramme. Arch Int de Physiol 1906;4:132-164 (translated into English. Am Heart J 1957;53:602-615)

1905

De eerste snaargalvanometer van Cambridge stamde uit 1905. Tot eind 1915 werden 87 instrumenten geleverd aan instituten, particulieren en ziekenhuizen. Uit een andere lijst blijkt dat er in 1911-1912 ééntje geleverd werd aan de universiteiten van Utrecht en Groningen.

1906

image007_3.jpg

image007_3.jpg
Bloeddrukmeter met polsschrijver van Francke

1906

De Duitse fysioloog M. Cremer registreerde het eerste oesofagaal elektrocardiogram dat hij bekwam met de professionele medewerking van een.... zwaardslikker. Oesofagale electrocardiografie werd later, in de jaren 1970, ontwikkeld om atriale arrythmieën te helpen divercifiëren. Cremer registreerde eveneens het eerste foetale electrocardiogram vanop de abdominale oppervlakte van een zwangere vrouw.
Cremer M. Ueber die direkte Ableitung der Aktionströme des menslichen Herzens vom Oesophagus und über das Elektrokardiogramm des Fötus. Munch. Med. Wochenschr. 1906;53:811

1907 

image008_9_png.jpg

Arthur Robertson Cushny (1866-1926), professor farmacologie aan de 'University College London', publiceerde het eerste case rapport van 'atriale fibrillatie'. Zijn patiënte was 3 dagen post-op, na chirurgie voor 'ovarian fibroid', toen zij een 'zeer onregelmatige pols' ontwikkelde aan een polsslag van 120 - 160 bpm. Haar pols werd opgenomen met een 'Jacques sphygmochronograaf' die de radiale polsdruk toonde tegenover de tijd.
Cushny AR, Edmunds CW. Paroxysmal irregularity of the heart and auricular fibrillation. Am J Med Sci 1907;133:66-77.

1907 

image009_6_png.jpg

image009_6_png.jpg
Tycos
werd in 1851 opgericht door David Kendall en George Taylor. In 1853 scheidden hun wegen echter en ging Taylor verder met zijn broer Frank. Samen richtten ze de 'Taylor Brothers Company' op, die gespecialiseerd was in de productie van alle soorten themometers. Begin 1900 breidde het bedrijf zijn produktgamma uit met een innovatie. De medische wereld had immers nood aan een meer preciese en draagbare bloedrukmeter en samen met Dr. Rogers van de 'New York Life Insurance Company', ontwikkelden ze één van de eerste draagbare en aneroïde sphygmomanometers. De naam van de firma veranderde in 'Taylor Instrument Companies', eigenaar van het merk Tycos. In 1907 werd de nieuwe bloeddrukmeter op de markt gebracht onder de naam 'Dr. Rogers Tycos Sphygmomanometer'.

1907
 image010_6_png.jpg

Emile Spengler stichtte in Parijs de firma 'Spengler' en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de aneroïde bloeddruktechnologie in de eerste helft van de 20ste eeuw.

image011_10_png.jpg

Toen de Professoren  Louis Henri Vaquez (1860-1936) en Charles Laubry (1862-1960), beiden als cardioloog actief in het Parijse 'Hôpital de la Pitié Salpétrière', aan Emile Spengler vroegen of hij hun nieuwe uitvinding kon fabriceren waren ze er zich niet van bewust welke impact dit zou hebben op de toekomstige gezondheidszorg. De 'Vaquez-Laubry® sphygmomanometer' wordt door de firma Spengler tegenwoordig nog steeds handmatig gefabriceerd in de Franse stad Issoudun.

auscultatie.jpgauscultatie.jpg

Emile Spengler was steeds op zoek naar nieuwigheden en werkte daarvoor nauw samen met artsen, maar ook met concurrent 'Boulitte'. Met Dokter Louis Gallavardin (1875-1957) ontwikkelde hij bloeddruk cuffs die vandaag nog steeds gebruikt worden. Met Dokter Victor Pachon werkte hij samen bij de ontwikkeling van diens 'Oscillometer' en Dokter Camille Lian (1882-1962), werkzaam in 'Hôpital Tenon' in Parijs, gaf zijn naam aan de eerste draagbare aneroïde toestellen. 

1908

image013_8_png.jpg
image013_8_png.jpg

De Engelse fysioloog Sir Edward Albert Sharpey-Schafer (1850-1935) van de 'University of Edinburgh' is de eerste die een snaargalvanometer kocht voor klinisch gebruik en datzelfde jaar werd er ook eentje geplaatst in het departement van Waller in het 'Imperial Institute' van South Kensington. Sharpey-Schafer was één van de eerste endocrinologen en ontdekte in 1894, samen met George Oliver (1841-1915), dat een extract van het centrale deel van een andrenaline klier ingespoten in het bloed bij een dier een verhoging van de bloeddruk veroorzaakte door vasoconstrictie. Zij noteerden eveneens dat de gladde spieren van het dier relaxeerden. Deze effecten werden veroorzaakt door het hormoon adrenaline. Sharpey-Schafer vermoedde tevens dat een ander hormoon geproduceerd werd in de eilandjes van Langerhans in de pancreas. Hij gebruikte de naam 'insuline', het Latijn voor 'eiland'.

1908

image014_5_png.jpg

Tijdens zijn  werk in het labo van Ludwig Ashoff in Marburg, legde Sunao Tawara (1873-1952) de link tussen de 'His bundel' en de 'Purkinje vezels', door zijn ontdekking van de linker en rechter bundelvertakkingen en door de Purkinje vezels als hun terminale vertakking te zien. Door toevoeging van een andere component, de 'atrioventriculaire node', ontwierp Tawara het concept van deze componenten als een systeem, het conductiesysteem van het hart. Hij theoriseerde eveneens over de velociteit van het excitatieproces in het conductiesysteem en de mode van ventriculaire contractie. De anatomische vondsten van Tawara leverden Einthoven de theoretische basis voor het interpreteren van een electrocardiogram.
Tawara S. Das Reilzeitungssystem des Saugetierherzens.Jena,Veriag von Gustav Fischer 1906. 

image015_4.jpg

1909

Het eerste ECG toestel in de Verenigde Staten, een 'Edelmann String Electrocardiograaf', werd aangekocht door Alfred Einstein Cohn (1879-1957) van het 'Mount Sinai Hospital' in New York. Cohn specialiseerde zich als cardioloog in Wenen bij Ludwig Aschoff en in Londen bij James MacKenzie en Thomas Lewis. In New York leerde hij Horatio Williams kennen en samen stelden ze het nieuwe ECG-toestel samen. In 1911 verhuisde hij naar het 'Rockefeller Institute for Medical Research' en nam hij het toestel mee. In het Rockefeller Centrum werden al ECG's afgenomen door G.C. Robinson en G. Draper. Hoewel Cohn uiteindelijk weinig onderzoek deed met zijn ECG-toestel beïnvloedde hij o.a. Hubert Mann. Hij stierf tenslotte aan een cerbro-vasculair accident.

image002_8.gif 

Einthoven Edelmann electrocardiograaf

1909

image004_5.gif

Ook Thomas Lewis (1881-1945) van het 'University College Hospital' in Londen kocht er eentje aan. Lewis nam een ECG af bij een patiënt met een hart-block en publiceerde dit in zijn eerste boek over arrhythmiën. Door het gebruik van zijn eerste toestel was Lewis in staat om vlugge onregelmatige arrhythmiën op te nemen als resultaat van een atriale fibrillatie.

image006.gifimage006.gif
Het ECG van een patiënt met atriale fibrillatie opgenomen door Lewis: f golven afgeleid uit een 'fibrillating auricle'.

Door het verbeteren van de methodes werden fibrillatoire f golven duidelijk zichtbaar. Lewis geloofde dat deze golven enkel uit de fibrillatie in het auricel konden resulteren. Hij noteerde dat de R golven in aanwezigheid van atriale fibrillatie (AF) gewoonlijk normaal waren. Daaruit concludeerde hij dat f golven, aanwezig tijdens de cardiale cyclus, enkel uit de atria konden gegenereerd worden en niet uit de atrio ventriculaire node zoals vroeger door McKenzie gesuggereerd. In 1909 publiceerde hij een preliminair rapport over elektrocardiografie studies bij patiënten waarvan de pulsen 'continu en extreem onregelmatig' waren. Gebaseerd op dit onderzoek concludeerde hij dat AF een 'common condition' (= gewone toestand) was. Zijn theorie was gebaseerd op zowel experimentele als op klinische studies. Hij beschreef zijn experimenten op honden met elektrisch geïnduceerde atriële fibrillatie die atriële golven met oscillaties van 500-900//min toonden en presenteerde 31 klinische gevallen van AF. De controverse over het exacte mechanisme van atriële fibrillatie bleef jarenlang bestaan. Lewis was de eerste om een 'multiple heterotopous centre' theorie te ontwikkelen en hij suggereerde dat zulke multifocale atriale activiteit kon tellen voor zowel atriële tachycardia als atriële fibrillatie.
Lewis verliet de elektrocardiografie in 1925 en legde zich toe op onderzoek van de bloedvaatjes van de huid en hun respons op kwetsuren. Hij onderzocht ook verschillende pijnaspecten. Zijn boek 'The mechansime and graphic registration of the heartbeat' wordt beschouwd als de bijbel van elektrocardiografie.

image008.gif

Sir Thomas Lewis had een eerste hartaanval op 43-jarige leeftijd en stierf na zijn derde myocard infarct dat hartfalen ontwikkelde. In 1944 werd hem door zijn assistent John Honour een ECG afgenomen in het 'University College Hospital (figuur hierboven). Enkele maanden later stierf Lewis. 

1909

Nicolai en Simmons rapporteerden de wijzigingen in een elektrocardiogram tijdens 'angina pectoris'. Nicolai DF, Simons A. (1909) Zur klinik des elektrokardiogramms. Med Kiln 5;160

1909

image020_3_png.jpg image020_3_png.jpg

Michel Victor Pachon (1867-1938), de latere professor fysiologie aan de Universiteit van Bordeaux, onderzocht de pols van kleine dieren en bestudeerde de oscillometrie, de minimum en maximum waarden tussen de arteriële druk werden ingesteld. Rond 1910 ontwikkelde hij de sphygmografische oscillometer voor het meten van oscillaties.

image021_3_png.jpgimage021_3_png.jpg

Pachon introduceerde zijn eerste oscillometer, die het bepalen van arteriële stijfheid en blockages toeliet, door gelijktijdig metingen te doen op verschillende plaatsen van het lichaam en de amplitude van de oscillaties te vergelijken.

image022_5_png.jpg

In 1910 werkte Pachon samen met Spengler en Boulitte om de 'Pachon Oscillometer' te ontwikkelen. Dit buitengewoon mooie toestel was een meesterstuk en was quasi onverwoestbaar. De Pachon Oscillometer was moeilijk in gebruik omdat het afhankelijk was van de bekwaamheid van de gebruiker om het verschil te herkennen tussen minimale en maximale amplitudes, die uitvergroot werden op de grootste van de twee displays met een naald die direct verbonden was met de cuff. De kleinere display duidde de constante druk binnen het toestel aan. Om het toestel te gebruiken diende men de cuff met een kleine fietspomp op te pompen tot zo'n 200 mmHg, en dan de druk met de kleppen zachtjes te laten verminderen. Als de druk in de cuff daalde, werd de amplitude van het signaal groter omdat er meer bloed door de arteriën stroomde. Het karakteristieke van het toestel was om juist te kunnen oordelen op welk punt de amplitude van het signaal het grootst was. Dit punt werd de 'Oscillometrische Index' genoemd. Op die manier kon de gebruiker de elasticiteit van de arteriële wanden en de sterkte van de polsgolf door de arteriën bepalen. 

1909

image023_2_png.jpg 
Gesloten circuit respiratie apparaat van Benedict.

1909

De Canadees John Alexander Mullen, werd door Ossler gecrediteerd om als eerste 'cutane noden' (door Libman 'Ossler's noden' genoemd) geobserveerd te hebben bij patiënten met endocarditis

1909

image024_3_png.jpgimage024_3_png.jpg 

De Engelse arts Sir Thomas Jeeves Horder, 1st Baron Horder (1871-1955) analyseerde 150 gevallen van endocarditis en publiceerde diagnostische criteria gerelateerd aan tekenen en symptomen. Horder begon zijn carrière in het 'St Bartholomew's Hospital' en hoewel hij nog zeer jong was, werd hij bekend omwille van een zeer moeilijke diagnose bij King Edward VII. Het sein om privé arts te worden van andere Engelse koningen, twee Engelse Premiers en de toenmalige leider van de Labour partij. Als dank hiervoor werd hij gekroond met heel wat adellijke titels. 


<< 1901-19041910-1914 >>