Geschiedenis van bloedgasanalyse
1840
Het hemoglobine, de zuurstof dragende proteïne, werd ontdekt door de Duitse Professor Natuurwetenschappen F.L. Hünefeld (1784-1862).
1850
De Russische fysioloog Ivan Mikhaylovich Sechenov (1829-1905) ontwikkelde een bloedpomp die gebruikt werd voor onderzoek
1851
De Duitse fysioloog Otto Funke (1828-1879) publiceerde een reeks artikels waarin hij groeiende hemoglobinekristallen beschreef, door met succes rode bloedcellen te verdunnen met een oplossing zoals alcohol of ether, waarna hij de oplossing langzaam verdampte uit de bekomen proteïne oplossing. Oorspronkelijk noemde hij de hemoglobine "Blutfarbstoffes" (= bloedverfstof).
1851
August Beer (1825-1863), een Duitse wiskundige, fysicus en chemicus, herontdekte de beschrijving van Johann Heinrich Lambert (1728-1777), en de wet van Beer-Lambert bewees dat de transmissie van licht een logaritmische functie is van de densiteit of de concentratie van de absorptiestof, gezien elk absorberende molecule een gelijke fractie van een particuliere golflengte van het invallende licht absorbeerde. De applicatie van de wet van Beer-Lambert via oximetrie werd theoretisch mogelijk door de uitvinding van de spectrocoop en praktisch mogelijk via de ontwikkeling van de spectrofotometrie en de daarbij horende toestellen. Nadeel was wel dat de wet Beer-Lambert slechts een gelimiteerde waarde had wanneer ze gebruikt werd voor de analyse door weefsel. Dat was te wijten aan de verstrooiïng van het licht, de verschillende weefseltypes en de niet homogene natuur van het bloed zelf.
1856
De Duitse fysioloog en scheikundige Ernst Felix Immanuel Hoppe-Seyler (1825-1895) was de eerste die het optische absorptiespectrum van de rode bloedpigmenten en zijn twee onderscheidende absorptiespectra beschreef. Hij herkende eveneens de binding van zuurstof aan erythrocyten als een functie van hemoglobine, wat achtereenvolgens de component oxihemoglobine opleverde. Hoppe-Seyler was bekwaam om de hemoglobine in kristallijne vorm te bekomen en bevestigde dat ze ijzer bevatte.
1860
De Duitse fysicus Gustav Robert Kirchhoff (1824-1887) en de Duitse chemicus Robert Wilhelm Eberhard Bunsen (1811-1899) ontwikkelden samen de spectroscoop.

Twee van de door Kirchhoff en Bunsen ontwikkelde spectroscopen
1864
De Franse fysioloog Claude Bernard (1813-1878) verduidelijkte de rol van het hemoglobine in het bloed. De naam hemoglobine is de 'portmanteau' of 'kapstok' van heme en globine, wat aanduidde dat elke subeenheid van hemoglobine een globulair proteïne is met een verankerde hemegroep. Elke hemegroep bevat één ijzeratoom, dat één zuurstofmolecule kan binden via ion geïnduceerde dipool krachten. Bernard was niet alleen de eerste die pleitte voor 'blinde experimenten', maar ook de eerste om de term 'milieu intérieur' te definiëren, de homeostase. Milieu interieur verwees naar de extra-cellulaire vochtomgeving en zijn fysiologische mogelijkheid om beschermende stabiliteit te geven aan weefsel en organen van multi-cellulair levende organismen.
1864
Door gebruik te maken van de spectroscoop ontwikkeld door Korchhoff en Bunsen toonde Ernst Felix Immanuel Hoppe-Seyler (1825-1895) aan dat het de zuurstof is die de kleur in de hemoglobine van het bloed verandert.
1864
De Ierse fysicus en mathematicus Sir George Gabriel Stokes (1819-1903) ontdekte op zijn beurt dat hemoglobine de drager van zuurstof is.
1869
Johann Friedrich Miescher (1844-1895), een Zwitserse biochemicus en leerling van Felix Hoppe, ontdekte in diens labo het desoxiribonucleïnezuur (DNA) maar toonde ook aan dat de ademhalingsregeling van de CO2-concentratie in het bloed afhangt.
1876
De Duitse arts Karl von Vierordt (1818-1884), die toestellen ontwikkelde voor de montoring van bloedcirculatie, gebruikte de spectroscoop van Kirchhoff en Bunsen voor zijn studie van het lichtspectrum gezonden door Hb en HbO2 in oplossingen en in levend weefsel, waarbij hij progressieve kleurveranderingen van de hand waarnam onder de Hufner tourniquet.
1898
De Engelse fysioloog Robert Halden (1821-1940) bracht het principe van de chemische expulsie van zuurstof uit zijn complexen met hemoglobine naar voor.
