Sponsor

rdsm

Cardiologisch onderzoek: 1881-1885

1881

image002_22.jpg

Arnold Netter (1855-1936), de Parijse pediater, bacterioloog, hygiënist en bioloog was ervan overtuigd dat endocarditis bij meerdere infecties kon optreden, hij noteerde verplaatsingen via het bloed van respiratoire pulmonaire pathogenen naar de hartkleppen.

1881

De Poolse arts Wladyslaw Biegalski (1856-1917) ontdekte dat atherosclerose een proces was als gevolg van chronische hypertensie.

1881

image004_11.jpg
 
Sphygmomanometer van Von Basch

1882

image006_10.jpg
 
Robert Ellis Dudgeon (1820-1904), vooral bekend als uitgever van de 'British Journal of Homeopathy' waarvan hij 40 jaar hoofdredakteur bleef, introduceerde een nieuwe versie van de sphygmograaf, die vanaf dan het meeste verspreide toestel in zijn soort werd. Het werd zo'n succes dat het een standaard uitrusting werd van de US NAVY.

 image008_6.jpg  image010_6.jpg

De sfygmograaf van Dudgeon Een zeldzaam mechanisme dat de polsdruk registreerde aan de pols. Een gevoelige manometer werd op de radiale pols bevestigd en werd via een verzwaarde katrol versterkt. Een uurwerkmechanisme draaide een met opnamepapier omwikkelde rol onder een naald door om het tracé te registreren. Een voorganger van een ECG / sphygmomanometer.

1882

image012_5.jpg
 
De Duitse scheikundige Wilbur Olin Atwater (1944-1907) werd vooral bekend omwille van zijn studies over humane voeding en metabolisme. Hij emigreerde naar Amerika en bestudeerde er de ademhaling en het metabolisme, zowel bij dieren als bij mensen en ontwikkelde daarvoor de respiratie calorimeter. Ondanks de jaarlijkse kost voor het gebruik ervan de 10.000 USD overschreed werd het toestel beschouwd als een droomproject van de negentiende eeuw. De calorimeter was een hulp in de studies van voedingsanalyse, dieet evolutie, energieconsumptie tijdens werken en voedselopname. Het mat de menselijke metabolisme balans door het analyseren van de hitteproductie en de metabolische rate bij mensen die een bepaalde fysieke activiteit uitoefenden. Met dit toestel konden de bewegingsleer van het metabolisme gequantificeerd worden en de balans tussen voedselinname en energie output gemeten worden. De resultaten van de caloriemeter van Atwater beïnvloedde verschillende domeinen van de Amerikaanse levensstijl. Maar het meest belangrijke was dat de calorimeter een immense invloed had op het groeiende besef van de voedingscalorie als meeteenheid van zowel consumptie als metabolisme. Atwater rapporteerde over het belang van de calorie als middel om de efficiëntie van een dieet te bepalen. Hij stelde dat verschillende voedseltypes verschillende hoeveelheden energie produceerden. Hij beklemtoonde de belangrijkheid van een goedkoop en efficiënt dieet dat meer proteïnen, bonen en groenten bevatte in plaats van koolhydraten. Atwater bestudeerde eveneens het effect van alcohol op het lichaam en kwam tot de vaststelling dat mensen hitte produceerden uit alcohol, zoals ze ook hitte genereerden uit koolhydraten.
Na het beëindigen van zijn studie, concludeerde Atwater dat Amerikanen te veel vet en zoetigheden consumeerden en te weinig oefenden. In 1882 keerde Atwater terug naar Duitsland waar hij in het labo van Voit het metabolisme van zoogdieren bestudeerde.

image014_6.jpg 

Zijn opvolger Francis Gano Benedict (1870-1957) vervolgde de weg van Atwater en gebruikte de respiratiecalorimeter om het metabolisme en andere lichaamsprocessen verder te onderzoeken. Benedict bestudeerde de wisselende metabolismerates van kinderen geboren in twee hospitalen in Massachusetts, van atleten, studenten, vegetariërs, de Maya indianen die in de Yucatan leefden en van normale volwassenen. Hij ontwikkelde zelfs een calorimeter die groot genoeg was om, voor een uitgebreide tijdsperiode, twaalf meisjes scouts te bevatten. Zijn grootste verbetering was de uitvinding van draagbare veld respiratie calorimeters.

image016_4.jpg

De cyclo ergometer die Atwater en Benedict tijdens hun metabolische studies gebruikten.

image018_3.jpg

De binnenzijde van de menselijke caloriemeter van Atwater en Benedict.

1882

image020_7.jpg

Een Dudgeon polssfygmograaf of pulsmeter voor het registreren van de polsslag. Het toestel werd gemaakt door 'Weiss & Son London' en bestond uit een hefboom met een elastische veer. Eén einde van de veer werd op de radiale arterie geplaatst en daarboven bevond zich de hefboom. Het andere einde was uitgerust met een stift, die de bewegingen van de vaten registreerde op een bewegend stuk gerookt papier. Het papier werd via een uurwerk aan een gekende snelheid bewogen en met een schroef kon men de druk van de veer op de arterie regelen.

1882

image022_3.jpg

image022_3.jpgEen gouden opportuniteit voor klinische en wetenschappelijke experimenten deed zich voor in 1882. De 46-jarige Catharina Serafin uit Opper Silezië in Pruisen meldde zich aan in de kliniek van de Duitse internist Hugo Von Ziemssen (1829 -1902). Samen met de linkerzijde van haar thoraxwand werd bij haar een borsttumor weggesneden. Daardoor kwam haar hart vrij te liggen en kon men het via een dunne huidlaag zien. Von Ziemssen stimuleerde het hart met elektrische stroom en kon willekeurig de hartslag wijzigen. De opnames toonden duidelijk aan dat via elektrische impulsen toegebracht op de cardiale oppervlakte een ventriculaire activiteit werd opgewekt: buitengewoon interessante maar potentieel fatale onderzoeken.

image024_2.jpg

Catharina Serafin

image026_2.jpg

image026_2.jpgDe opnames van Serafin's hart

1883

image030_2.jpg

Max Rubner (1854-1932), een Duits fysioloog en hygiënist en weeral een leerling van Voit, deed verdere ontwikkelingen aan het gecombineerde directe en indirecte calorimetrie systeem van Regnault en Risset om de zuurstofconsumptie en hitteproductie bij kleinere dieren te bestuderen. Later paste hij het toestel van Voit aan en werd hij de eerste wetenschapper die de energiebehoeften bij kleine kinderen en prematuren bestudeerde. Rubner bepaalde de energie equivalentie in levensmiddelen: 100g vet was het equivalent van 211g proteïnen, 232g zetmeel, 234g rietsuiker en 256g glucose. Deze observatie resulteerde voor Rubner in het formuleren van de wetten van de energieconsumptie in voeding. De Rubner factoren voor proteïnen, vetten en koolhydraten waren 4.1, 9.3 en 4.1. Zijn werk werd voor het eerst in 1883 gepubliceerd. Met zijn gecombineerde directe en indirecte calorimeter leverde hij het definitieve bewijs over de equivalentie van koolstof oxidatie en hitteproductie, de twee methodes hadden een gemiddelde variatie van slechts 0.2%.

image032_1.gif

De gecombineerde directe en indirecte calorimeter van Rubner. Water circuleerde door de dubbele wand van de calorimeter en verspreidde zich door het toestel links dat de graad van smeltend ijs mat. Simultane beoordelingen van het gasvolume binnen het systeem werden bekomen via registratietoestellen bovenop de calorimeter. Dit experiment werd bij kleine dieren gebruikt voor studies van lange duur en leverde het zuivere bewijs van de hitte equivalentie van koolstof in vetten, proteïnen en koolhydraten.image030_2.jpg

1883

De Franse arts Michel Peter sloeg de bal wel helemaal mis toen hij stelde dat micro-organismen het resultaat waren van een endocarditis en niet de oorzaak.

1883 

image028_3.jpg

Het door Jolyet en Regnard ontwikkelde toestel voor het bestuderen van de ademhalingsproducten.

1883

image034_3.jpg

Joseph Pawinski (1851-1925), een beroemd Pools cardioloog, noteerde dat hartziekten tot stoornissen in de fysiologie van het hele organisme van de patiënt leidden. Zijn vele publicaties refereerden naar hartfalen in de loop van organische anomalieën, hij bestudeerde eveneens cardiale aritmieën en introduceerde de term van de zogenoemde incomplete contractie. Hij beschreef de invloed die stoornissen in het zenuwsysteem hadden op cardiovasculaire ziekten, de impact van emoties en mentale overbelasting, nicotine en sommige cardiale geneesmiddelen. Samen met Anthony Holowinski voerde hij creatieve experimenten uit die een grafische opname van de circulatie systeemfunctie toelieten en waarbij hij hartgeluiden registreerde, waardoor hij de pionier op het vlak van fonocardiografie werd. In 1883 rapporteerde en bewees Pawinski, onafhankelijk van Graham Steele, het bestaan van diastolische ruis in het geval van een mitrale stenose, resulterend uit de partiële insufficiëntie van de pulmonaire arterieklep.

1884

image036_1.jpg

Jacques-Joseph Grancher (1843-1907) afgestudeerd als pediater, maar in 1868 aangesteld als directeur van het pathologisch anatomielaboratorium van Clamart benoemde de ziekte 'infectieuse endocarditis'.

1885

image056_1.jpg

Sir William Osler (1849-1919) was een Canadese arts die genoemd wordt als één van de iconen van de modern Geneeskunde en omschreven als de vader van de Moderne Geneeskunde. Osler was arts, clinicus, patholoog, leraar, diagnosticus, bibliofiel, historicus, classicus, essayist, conservationalist, organisator, manager en auteur. Hij was een expert op het vlak van diagnose van ziekten van hart; longen en bloed. "That most intersting disease" was de omschrijving die Osler gaf aan infectieuse endocarditis. In 1885 presenteerde hij drie 'Gulstonian Lectures' met als topic de 'malignante endocarditis', waarin hij een verstaanbaar verslag gaf over de ziekte en de moeilijkheden bij de diagnose ervan schetste

1885

image054.jpg

Vladimir Konstantinovich Wyssokowitsch (1854-1912) een leerling van Carl Fluge in Göttingen en Johannes Orth (1847-1923), een Duitse patholoog en leerling van Virchow in Berlijn, die in 1878 Professor werd aan de Universiteit van Göttingen en in 1902, bij de dood van Virchow, terugkeerde naar Berlijn waar hij directeur werd van de pathologie kliniek. Beiden toonden aan dat meerdere bacteriën endocarditis konden veroorzaken op hartkleppen die een eerder letsel opliepen. Orth specialiseerde zich in de pathologische studie van infectieziekten, meer bepaald tuberculose en endocarditis.

1885

image042_1.jpg
image042_1.jpg

image043.jpg 
  
Jean-Baptiste Auguste Chauveau (1827-1917), beschrijft een menselijke complete hart-block en atrio-ventriculaire dissoccatie
Chauveau A. M. De La Dissociation Du Rythme Auriculaire et du Rythme Ventriculaire Rev. de Méd. Tome V. - Mars 1885: 161-173.

1885

image048.jpg

Adolph Beck (1863-1942) en Napoleon Cybulski (1854-1919)

De onderzoeken van de Poolse wetenschapper Napoleon Cybulski (1854-1919) in Krakow leverden een significante bijdrage voor de ontwikkeling van de Poolse fysiologie en cardiologie. Hij startte een centrum voor fysiologisch onderzoek, dat zeer bekend werd in Europa en een groot deel van zijn onderzoek droeg wereldwijd in belangrijke mate bij in de ontwikkeling van de wetenschap over het circulatie systeem. Eén van zijn belangrijkste ontdekkingen in 1895, samen met Wladyslaw Szymonowicz was een substantie in de bijnieren die de bloedvaten sterk vernauwde en de bloeddruk deed stijgen. Deze ontdekking had een grote impact op het begrijpen van hypertensie en hij noemde de substantie 'nadnerczyna', wat later vertaald werd naar 'adrenaline'. Ook de ontwikkeling door Cybulski in 1885 van een 'photohaemotachometer', een toestel om de bloedflow te meten in de bloedvaten had een grote invloed op de vooruitgang in het onderzoek naar hemodynamica. Cybulski was gefascineerd door de ontdekking van het ECG door W. Einthoven en was de eerste Poolse arts die een opname maakte van de elektrische aktiviteit van het hart. Cybulski leidde heel wat beroemde fysiologen en histologen op zoals Adolph Beck (1863-1942), Andrew Klisiecki (1895-1975) Francis Czubalski (1884-1965), Stanislaw Maziarski (1873-1956) en Wladyslaw Szymonowicz (1869-1939), die allen zijn werk overigens verder zetten.

1885

image050.jpg 

De Duitse fysioloog Nathan Zuntz (1847-1920), leerling van Eduard Friedrich Wilhelm Pflüger (1829-1910) en Professor aan de Berlijnse 'Landwirtschaftliche Hochschule', deed fysiologisch onderzoek in vele domeinen: metabolisme, ademhaling en voeding. Maar het best gekend is hij omwille van zijn werk over fysiologie op grote hoogte. Hij deed uitgebreid onderzoek bij dieren en bij mensen naar de fysiologische veranderingen in extreme omstandigheden en dan vooral op grote hoogte. Veel van zijn onderzoeken gebeurden in Capanna Regina Margherita, een onderzoekscentrum op de top van de Italiaanse Monte Rosa. Met zijn assistent Hermann von Schrötter (1870-1928) deed hij ook ballonexpedities op grote hoogte. In 1911 opende hij het eerste laboratorium voor Sportgeneeskunde in Duitsland.

image052.jpg

Samen met August Julius Geppert (1856-1937) ontwikkelde hij in 1885 het 'Zuntz-Geppert respiratory apparatus' voor veldstudies, een draagbaar toestel voor droog gas metingen. In 1889 construeerde hij een eerste loopband en in 1914 voegde hij daar een RX-apparaat aan toe voor het observeren van cardiale veranderingen tijdens het oefenen. In 1910 maakte Zuntz een wetenschappelijke ballonexpeditie naar de berg Pico de Teide op de Canarische eilanden, samen met zijn collega's fysiologen Hermann von Schrötter, Arnold Durig (1872-1961) en Joseph Barcroft (1872-1947) en op die manier wordt hij ook vermeld als pionier van de luchtvaartgeneeskunde.


<< 1876-18801886-1890 >>