Cardiologisch onderzoek: 1800-1824
1800

Marie Francois Xavier Bichat (1771-1802) en Pierre-Hubert Nysten (1771-1919) rapporteerden experimenten op onthoofde mensen, waarbij ze erin slaagden om door het gebruik van elektriciteit hun hart opnieuw te laten kloppen. Tijdens de Franse revolutie hadden ze geen tekort aan experimenteel materiaal. Bichat beschreef ook het inflammatoire proces dat met endocarditis gepaard gaat.
1802
De kunstenaar W. Ward schilderde een arts die de pols van een jonge vrouw nam, net alsof hij een grote verleider was. Om onbekende redenen palpeerden de Hindoes de pols bij de man aan de rechterzijde, bij de vrouwen links.
1804

Als groot aanhanger van Galvani zou zijn neef Giovanni Aldini (1762-1834) ervoor zorgen dat Galvani's werkzaamheden wereldwijd bekend werden, onder andere door in heel Europa publiekelijk dierlijke en menselijke lichaamsdelen te elektrificeren, ofwel door het laten bewegen van afgehakte lichaamsdelen door middel van elektrische stromen uit batterijen. Zijn wetenschappelijke werk had voornamelijk te maken met galvanisme en de medische toepassingen ervan, de constructie van verlichte vuurtorens en met zijn experimenten voor het behoud van het menselijke leven.

Experimenten van Aldini
Het meest beroemde experiment vond januari 1803 plaats aan het 'Koninklijke College van Heelmeesters' in Londen met de opgehangen misdadiger George Forster. Voor een grote groep medici en onder publieke belangstelling pakte hij een paar elektroden, aangesloten op sterke batterijen, en raakte hiermee verschillende delen van het lichaam aan. Het resultaat was verbijsterend: door de door de elektrische stromen veroorzaakte spiersamentrekkingen begonnen verscheidene lichaamsdelen te bewegen. Hierdoor werd de indruk gewekt dat het lichaam weer tot leven was gebracht, hoewel Aldini zelf wel wist dat dit niet het geval was. Hoewel een showman, was Aldini een van de eersten die geestelijke zieke patiënten met elektroshocks behandelde en complete methodes vastlegde voor het genezen van een aantal geestesziektes.

Aldini beschreef de verlichting van een 'cardiale syncope' door galvanische energie, waarbij hij dieren en kadavers bestudeerde.

Container elektrode, gebruikt bij doden en levenden
1805
De dynamica, de transmissie en de reflectie van de pols werden verder verbeterd door Thomas Young (1773-1829), die noteerde dat de arteriële elasticiteit gerelateerd is aan de snelheid van de voortplanting van de arteriële pols.
1806

Jean-Nicolas Corvisart (1755-1821), de persoonlijke lijfarts van Napoleon, beschreef de opvallende structuren in het hart als 'woekeringen', veroorzaakt door het syfilitisch virus en de theorie van de antivirale behandeling van endocarditis.
1806
De Poolse arts Jakub (James) Szymkiewicz (1775-1818) rapporteerde als eerst een 'cyanotisch hartdefect', waarbij hij zeer nauwkeurig de fysiologische toestand van de systemische cyanose beschreef verwijzend naar de verstoringen van zuurstofsaturatie in het bloed, veroorzaakt ofwel door anatomische omstandigheden (zoals een vernauwing van de pulmonaire arteriën), ofwel een longembolie, ofwel een vermindering in de zone van de zuurstofuitwisseling te wijten aan tuberculose laesies in de longen.
1808

William Allen (1770-1854) en William Hasledine Pepys (1775-1856) beschreven in 1808 een toestel waarin de proefpersoon moest ademen via een mondstuk. Door middel van met de hand bediende kleppen, inspireerde de proefpersoon vanuit een gazometer met water als dichting en expireerde hij in gazometers met kwik als afdichting. Hierbij werd enkel de koolstofdioxide productie gemeten en de densiteit van ammonium. Dit onderzoek was zeer succesvol vooral dank zij het ingenieuze apparaat dat Pepys bedacht had. Ze publiceerden hun bevindingen in het werk 'On the changes produced in atmospheric air and oxygen gas by respiration '
1808

In zijn 'Croonian lecture' 1808, getiteld 'On the Functions of the Heart and Arteries' voor de 'Royal Society' toonde Thomas Young (1773-1829) nog duidelijker aan dan hij tot nog toe had gedaan, 1) dat de bloeddruk gradueel afneemt van het hart naar de periferie, 2) dat de velociteit van het bloed minder wordt als het van grote naar smallere bloedvaten gaat; 3) dat de weerstand voornamelijk in de kleinere vaten is en dat de elasticiteit van de bekleding van de grote arteriën meespeelt in het overwinnen van de weerstand in de intervals tussen de systoles, 4) dat de contracterende binnenkleding niet als voortdrijvende middel optreedt maar wel meehelpt in de regulatie van de bloeddistributie. Hij stelde ook de correcte formule voor de golfsnelheid in een arterie maar vemeldde de afkomst ervan niet.
1809
In zijn 'Observations on some of the most frequent and important diseases of the heart' toonde Alan Burns (1791-1813) duidelijk aan dat 'myocardiale ischemie' oorzaak is van 'angina pectoris'. Hij duidde ook aan dat de woekeringen bij endocarditis geen uitgroeien waren of botten, maar wel deeltjes die aan de hartwand kleefden.
1812
De amper 22 jaar jonge Poolse arts Józef Chrzczonowicz (1790-1823) schreef zijn eindwerk 'Dissertatio inauguralis medica de angore pectoris', waarin hij een verslag gaf, niet alleen over de ziektesymptomen, maar eveneens over resultaten van autopsieën bij mensen die stierven van angina. Met het citeren van Heberden en Forthergill rapporteerde hij dat tijdens een autopsie de 'verbening' van het hart, de coronaire arteriën, de aorta en de semi-lunaire klep gevonden werd. In tegenstelling met wat algemeen werd aangenomen, stelde hij dat de ziekte vrij veel voorkwam, meestal oudere mannen trof, minder vaak voorkwam bij vrouwen en dan vooral vrouwen in post-menopauzale leeftijd trof. Chrzczonowicz voerde differentiaal diagnoses uit van vier kwalen, die volgens hem moeilijk te onderscheiden waren: angina pectoris, periodisch astma (= bronchiaal astma), incubus (zoals hij het noemde) en syncope. Tussen de grote variëteit van klinische observaties betreffende door patiënten genoemde pijn zijn "pijn in het lagere deel van de borst, zich uitstrekkend naar de rug, de oren en soms via de armen naar de handen" de meest precieze.
1815

De Duitse arts, botanicus en muziekwetenschapper Friedrich Ludwig Kreysig (1770-1839) verklaarde de inflammatoire processen die met endocarditis gepaard gaan. In 1803 was hij lijfarts geworden van Koning Friedrich August van Dresden, die hij op al zijn reizen vergezelde, zelfs tijdens zijn gevangenschap in 1813. Zijn meest bekende werk 'Die Krankheiten des Herzens, systematisch bearbeitet und durch eigenen Beobachtungen erläutert', bestond uit 4 banden en werd in Berlijn gepubliceerd tussen 1814 en 1817.
1816

De systolische druk kon redelijk goed bepaald worden door het voelen van de pols Om juister te meten had men echter een hoortoestel nodig, de stethoscoop. De eerste stethoscoop was simpel een buis gemaakt van stijf opgerold papier, in 1816 ontwierp de Franse arts René Théophile Hyacinthe Laënnec (1781-1826) een houten cilinder met een oorstuk. Nog later kreeg de stethoscoop langzaam het uitzicht van de huidige modellen: namelijk met de rubberen buizen. Laënnec gebruikte zijn stethoscoop ook om naar hartruis te luisteren, maar verwierp de link tussen venerische ziekten en endocarditis
1818
De Britse gynaecoloog James Blundell (1791-1878) voerde de eerste succesvolle bloedtransfusie uit voor de behandeling van een hemorragie.
1819

Tijdens een demonstratie aan zijn studenten bij het verwarmen van een platinum draad met elektriciteit vanuit een galvanische batterij aan de Universiteit van Kopenhagen, noteerde de Deense fysicus Hans Christian Oersted (1777-1851) dat de naald van een nabijgelegen magnetisch kompas bewoog telkens de elektrische stroom werd aangezet. Daarmee ontdekte hij het elektromagnetisme waaraan André Marie Ampère met opmerkelijke snelheid een theoretische basis gaf.
1820

De Franse arts en anatoom Louis Thomas Jerôme Auzoux (1797-1880) zag de noodzaak in van precieze anatomische modellen als een alternatief voor kadaverstudies en in 1820 richt hij een firma op die die modellen maakte. Zijn anatomische modellen blonken uit door de grote zorg voor detail

Het 'hart' model van Azoux
1820
Johann (Johan) Schweigger (1779-1857) uit Nürnbürg verhoogde de beweging van magnetische naalden in elektromagnetische velden. Hij ontdekte dat door de wrijving van een elektrische draad in een spoel van 100 windingen het effect op de naald verveelvoudigd wordt. Hij stelde dat een magnetische veld gewikkeld rond een draad een stroom kan dragen, wat later bevestigd werd door Michael Faraday (1791-1867). Schweigger ontdekt de eerste galvanometer en kondigde zijn ontdekking aan aan de Universiteit van Halle op 16 september 1820.

De Schweigger multiplier.
1820

In zijn doctoraat 'De angore pectoris' vatte de Pool Jana Cennera ook gekend als John Cenner de toenmalige stand van zaken samen in verband met angina pectoris. Samen met de informatie over de essentie van de ziekte (waarvan sommige gebaseerd op verkeerde vermoedens) leverde de auteur redelijk precieze aanbevelingen zoals de omstandigheden die het voorkomen van de ziekte bevoordeelden en de preventiemethode. Hij presenteerde hygiënische en nutritionele instructies en vestigde de aandacht op de nood aan een juiste zorg zoals de juiste balans voor vloeistoftoediening en wees erop dat men zich best onthield van alcoholische dranken of andere stimulantia. Als behandeling stelde hij digitalis en opium voor, maar ook Indische slangenwortel (rauvolfia serpentina omwille van het anti-arritmie, hypotensief en relaxerend effect), engelwortel (spasmolitisch en diuretisch effect en nu weten we dat de plant een 'calcium channel blocker' bevat), magnesiumzouten (anti-arritmie), kaliumcarbonaat, kinabast (de alkaloïden ervan, quinine en quinidine, hebben een antiarritmie effect), scopolia carniolica (relaxerend effect in bronchiaal astma), calciumcarbonaat. In tegenstelling met de reeds gemelde medicatie hierboven waren heel wat voorgeschreven medicamenten eigenaardig en hun gebruik zou nu omschreven worden als onjuist en irrationeel. Er waren zelfs levensbedreigende vergiften tussen, zoals koper- en goudzouten, kwikchloride, zwavelkwik, dollekervel en water van laurierkers.
