Sponsor

rdsm

Geschiedenis Cardiologisch Onderzoek: 1750-1799

1754

image001_1_png.jpg 

Joseph Black (1728-1799), een Schots natuur- en scheikundige, ontdekte in 1754 het koolstofdioxide. Black was ook de ontdekker van de ijscaloriemeter waarmee hij de smeltwarmte, de verdampingswarmte en de soortelijke warmte van vele stoffen bepaalde.

1756

 image002_2_png.jpg

De Franse arts Théophile de Bordeu (1722-1776), die actief was in de infirmerie van Versailles, publiceerde in 1756 het wetenschappelijk werk 'Recherches sur le pouls par rapport aux crises'. Hij klasseerde de pols als kritiek, niet kritiek of onbeduidend kritiek en beschreef eveneens orgaan specifieke polsen: gastropols, renale pols, uteriene pols, enz.

1758

Daniel Cox publiceerde 'Observations on the intermitting pulse, as prognosticating, in acute diseases, according to Dr. Solano, a critical diarrhoea - or, as indicating the use of purging remedies.', waarin hij de doctrine van Solano verdedigde en waarin hij stelde dat als een intermittente pols optrad zonder diarree, er meteen met een purgatie moest gestart worden, of dat de patiënt anders een slechte prognose had.

1759

image003_2_png.jpg
 
De Zwitserse arts Albrecht von Haller (1708-1777) was lijfarts van de koning van Engeland en kreeg aanbiedingen uit Utrecht, Oxford, Halle en Berlijn. Zijn meest eminente werk was  'Elementa Physiologiae', in 8 volumes gepubliceerd tussen 1759 en 1766 met een duidelijke omschrijving van het cardiovasculair systeem. Zo besprak hij de functie van de arteriën:

"De contractiekracht van de arteriën wordt algemeen beschouwd als de tweede oorzaak van de beweging van het bloed"

Een theorie die hij van Herophilus van Chalcedon (335-285 v.C.) overnam, maar hij bemerkte zelf dat het bloed even goed door gecalcifiëerde arteriën vloeide en verklaarde dit door het feit dat het toch de kracht van het hart was die de eerste en voornaamste oorzaak van beweging was.Haller kende ook de laminaire flow, die meer uitgesproken was in de arteriën in vergelijking met de venen. Andere veneuze observaties deden hem besluiten dat er invloed was van temperatuur, zwaartekracht en spiercontracties op de veneuze flow. Hij herkende eveneens het effect van de ademhaling waarbij hij noteerde dat de inspiratie de veneuze terugvloei naar het hart verhoogde. Haller was een bewonderaar van het werk van Sir John Floyer (1649-1734) en introduceerde het meten van de pols in Duitsland.

1761

image004_1_png.jpg

De Italiaan Giovanni Battista Morgagni (1682-1771), stichter van de pathologische anatomie leverde een klinische beschrijving van een circulatoire stilstand en daarbij aangesloten een oorzakelijk verband tussen een trage pols en een syncope aanval. Zijn publicatie 'De Sedibus et causis morborum' bevat 700 case reports en werd in 1769 vertaald door Benjamin Alexander. Morgagni beschreef ook het aorta aneurisma met of zonder ruptuur, evenals verschillende soorten congenitale hartziekten. Over zulk een case van aorta aneurisma gaf hij een levendige beschrijving van de laatste klant die het huis van een prostituee verliet 'met een verwarde en verontruste gelaatsuitdrukking'. Kort daarna werd de dame dood teruggevonden in een houding die geen twijfel liet bestaan over het beroep dat ze uitoefende terwijl ze stierf. Post mortem onderzoek toonde aan dat het pericardium vol bloed zat en dat er een uitstroom van bloed was uit de aorta wand samen met een opening net boven de klep die van het aorta lumen leidde naar het aneurisma.

1761

image005_2_png.jpg
 
Frank Nicholls (1699-1778), Professor Anatomie aan de Universiteit van Oxford, beschreef de bekende breuk in de linker ventrikel van de Engelse Koning George II (1683-1760), die niet te wijten was aan een infarct maar wel aan een scheurtje in de aorta.

1767

Henri Fouquet (1756-1805), een legerarts in Montpellier publiceerde zijn 'Medicina ex pulsu, sive systema doctrinae sphygmicae', één van de enige werken uitsluitend gewijd aan de pols. In 1800 verhuisde hij naar Andaloesië om de polsvariaties te analyseren in functie van diverse aandoeningen en om grafische afbeeldingen te maken van deze aandoeningen.

1768

image006_2_png.jpg

De Londense anatoom William Hewson (1739-1774) beschreef de lymfevaten bij vogels en reptielen. Hij leverde belangrijke bijdragen aan de hematologie met zijn onderzoek naar bloedstolling, waarbij hij noteerde dat veranderingen in de bloedtemperatuur geen coagulatie veroorzaken, waarmee hij de theorie van Plato tegensprak. Hij ontdekte het fibrinogeen en beschreef de rode bloedcellen.

1768

Nicolas-François Rougnon (1727-1799), tijdens de Franse Revolutie Professor Geneeskunde aan de Universiteit van Besançon, schreef op 18 maart 1768 een 55 pagina's tellende brief aan één van zijn studenten Anne Charles Lorry (1726-1783), waarin hij zorgvuldig de symptomen van 'angina pectoris' omschreef en dit aan de hand van een autopsie op de Franse cavalier Capitaine Charles, één van zijn overleden patiënten. Hij constateerde een verbening van het kraakbeen van de ribben en dat deed hem vermoeden dat dit de oorzaak van de ziekte was.

1768

image007_2_png.jpg

William Heberden (1710-1801) uit Cambridge presenteerde op 21 juli van datzelfde jaar zijn spreekbeurt 'Some accounts of a disorder of the breast' aan de 'College of Physicians', een klassieke beschrijving van 'angina pectoris' en  coronaire arteriële ziekten, die echter pas in 1772 gepubliceerd werd. Heberden verwierf faam door zijn vernietigende commentaar over het meten van de pols:

"zulke momentverschillen tussen de verschillende polsen bestaan voornamelijk in de verbeelding van de scheppers ervan."

'Angina pectoris' wordt soms ook de 'ziekte van Heberden-Rougnon' genoemd.

1775

Professor Christian Gottfried Gruner (1744-1815) uit Jena, een autoriteit op het vlak van medische geschiedenis, stelde een begrijpbare geschiedenis en bibliografie van de pols samen in zijn Latijns werk 'Semiotice Physiologicam Et Pathologicam Generalem Complexa : In Vsvm Praelectionvm Academicarvm'

1777

image008_2_png.jpg 

Antoine Lavoisier (1743-1794) ontdekte dat dieren opgesloten in een afgesloten ruimte zuurstof absorbeerden uit de afgesloten lucht en koolstofdioxide produceerden.

image002_19.gif 

De moderne wetenschap heeft heel wat te danken aan de experimenten van Lavoisier, vooral op het vlak van gasuitwisseling. Hierboven een schets van één van zijn experimenten.

1780

image009_1.jpg

Een beroemd schilderij: 'Dr. William Clysson' neemt discreet de pols van één van zijn vrouwelijke patiënten

1782

 

image010_2_png.jpg


De eerste ijscaloriemeter ter wereld, ontwikkeld door Joseph Black (1728-1799), Antoine Lavoisier (1743-1794) en Pierre-Simon Laplace (1749-1827) werd in de winter van 1782-83 gebruikt om de in verschillende chemische veranderingen afgegeven hitte te bepalen. De berekeningen waren gebaseerd op de eerdere ontdekking van latente hitte door Joseph Black .

image011_2_png.jpg

Deze experimenten markeerden het begin van de thermische scheikunde. Op die manier ontdekten Lavoisier en Pierre-Simon Laplace (1749-1827) (foto hierboven) dat de hitte afgegeven door Guïnese biggetjes in een ijscaloriemeter ongeveer gelijk was aan de hitte die tijdens dezelfde tijdsduur geproduceerd zou worden door de oxidatie van het koolstofequivalent tegenover dat afgegeven door het koolstofdioxide geproduceerd door het Guïnese biggetje. Daardoor legden ze een relatie tussen directe en indirecte calorimetrie.

1784

De Nederlandse anatoom Eduard Sandifort (1742-1814) publiceerde een illustratie van een geval van ventriculair septaal defect met endocarditis op de aortaklep

1786
image012_1_png.jpg

De ontwikkeling van het ECG begon met de ontdekking van elektrische potentialen in levend weefsel. Dit elektromotief effect werd voor het eerst onderzocht door de Italiaanse anatoom Aloysio Luigi Galvani (1737-1798). Gedurende zijn experimenten demonstreerde hij dat levende weefsels, vooral de spieren, in staat zijn om elektriciteit te genereren. Nadien bestudeerden andere wetenschappers dit effect in elektronisch potentiaal.

Galvani noteerde dat gedissecteerde kikkerpoten samentrokken als de rurale zenuwen met een metalen scalpel gestimuleerd werden. Op 20 september 1786 schreef hij:

"Ik had een kikker op de normale wijze gedissecteerd en geprepareerd en terwijl ik iets anders deed legde ik hem op een tafel waarop een elektrische machine stond op enige afstand van zijn conductor en ervan gescheiden door een belangrijke ruimte. Toen één van mijn assistenten per ongeluk lichtjes de innerlijke rurale zenuwen van de kikker raakte met de punt van een scalpel schenen al de spieren van de poten zich telkens opnieuw samen te trekken, alsof ze aangetast waren door krachtige krampen."

Later toonde hij aan dat direct contact met een elektrische generator of de toekenning door een elektrische conductor tot een spiercontractie leidt. Galvani gebruikte eveneens koperen haken die aan het ruggenmerg van de kikker gekoppeld waren en opgehangen aan een ijzeren reling in een deel van zijn tuin. Hij noteerde dat de poten van de kikkerpoten samentrokken tijdens onweer en ook als het weer goed was. Hij interpreteerde deze resultaten in termen van 'dierlijke elektriciteit' of het behoud in de dieren van 'neuro-elektrische vloeistof' gelijk aan die van een elektrische aal. Later toonde hij ook aan dat de elektrische stimulatie van een kikkerhart leidt tot contractie van de hartspieren. Galvani. De viribus Electritatis in motu musculari Commentarius. 1791
Galvani ontdekte ook dat als de zenuw van een kikker geplaatst werd op de gekwetste spier van een andere kikker, de spieren van de eerste kikker samentrokken.

image013_1_png.jpg
 Luigi Galvani Experiment

Galvani gaf zijn naam aan de 'galvanometer', een instrument voor het meten of opnemen van elektriciteit, en dat is nu net wat een ECG toestel doet: een sensitieve galvanometer. Met een verkregen elektriseermachine en een Leidse fles begon Galvani experimenten met spierstimulatie via elektriciteit. Galvani wist ook spiersamentrekking teweeg te brengen door elektrostatische vonken in nabijheid van de kikkerpoot en ondervond dat dit effect sterker werd naarmate de zenuwen verlengd werden met lange metalen draden. Waarschijnlijk was dit het eerste geval van spierstimulatie via 'radiografische besturing'

image014_1_png.jpg 
Galvani's forceps

1789

image002_5.gif

Samen met M. Seguin voerde Antoine Lavoisier (1743-1794) ademhalingsexperimenten bij mensen uit bij twee verschillende omgevingstemperaturen, waarmee ze de eerste basale metabolische waarden vaststelden bij mensen. Niet alle details over het gebruikte toestel zijn bekend, maar het is geweten dat ze een gezichtsmasker gebruikten en dat de uitgeademde lucht verzameld en daarna geanalyseerd werd op zuurstof en koolstofdioxide.

1795

De Schotse arts Samuel Black (1762-1832) leverde een ontzettend belangrijke contributie aan de diagnose en de analyse van 'angina pectoris'. Hij onderzocht die categorieën van mensen die het meest gevoelig waren voor hartziekten: de gestresseerden, de obese patiënten en de over eters. Hij publiceerde in 1795 zijn eerste werk waarin hij het had over post mortem onderzoek van angina patiënten, waarin hij stelt "de meest complete calcificatie van hart arteriën die ik ooit zag". Na Fothergill en volledig onafhankelijk van hem beschreef Black de relatie tussen angina en hart- en vaatziekten.

1797

image002_14.jpg

Matthew Baillie (1761-1823), een Schots arts en patholoog toonde de relatie aan tussen reuma en hartziekten. Zijn in 1793 verschenen boek 'The Morbid Anatomy of Some of the Most Important Parts of the Human Body' wordt beschouwd als de eerste systematische studie van pathologieën, maar was meteen ook de eerste Engelstalige publicatie over pathologie als afzonderlijk onderwerp. Hij wordt ook vernoemd als de eerste die de transpositie van de grote vaten (TGV) en 'situs inversus' identificeerde.


<< 1725-17491800-1824 >>